Maarten van der Gronde

Maarten van der Gronde (21) zit in het derde jaar van zijn studie pedagogiek. Twee jaar geleden begon hij zich (aangezet door zijn vriendin) te verdiepen in de antroposofie.


"Vroeger, op de vrijeschool, werd er nooit over antroposofie verteld. Je dééd die school, meer niet. Door mijn vriendin werd ik aangestoken en ben toen begonnen met de boeken van Steiner. Ik ben een leergierig mens, dat was ik als kind al, ik ontwikkel mezelf graag. Inmiddels ben ik er achter dat er tijd nodig is om antroposofie te doorgronden. Als ik zo'n boek twee weken laat liggen en ik pak het weer op, kan ik weer opnieuw beginnen, dat schiet niet op. Naast mijn studie pedagogie gaat dat dus niet echt. De wil om het te doorgronden, heb ik nu losgelaten. Ik wil eerst mijn studie afmaken.


Ik ga vaak naar het Cultureel Jongerencafé en als het kan naar bijeenkomsten met de antroposofie als onderwerp. Deze zomer ben ik naar Faust geweest. Dat was echt heel goed. Een weldadige onderdompeling die mij een heel warm gevoel gaf van binnen. Tijdens die week voelde ik me meer mens. Ik heb het gevoel dat de antroposofische ziens- en werkwijze de mens in zijn geheel aanspreekt.


Later wil ik als orthopedagoog aan de slag. Om kinderen die in hun ontwikkeling beschadigd zijn of om andere redenen niet goed kunnen functioneren meer ontwikkelingskansen te bieden. Zodat ze later toch in de maatschappij kunnen functioneren. Kinderen lopen bijvoorbeeld vast omdat ze hoogsensitief zijn. Dit kan komen door een niet juiste afstemming op of door de omgeving. Hier zou meer aandacht voor moeten komen.


Ik zie antroposofie niet als iets straks of stars. Andere zienswijzen vind ik daarnaast ook interessant. Waarom zou je die laten liggen omdat het niet antroposofisch is? Je moet met de tijd meegaan, je blik verbreden en gebruiken wat werkt. Onder de jongeren heerst een vernieuwingsdrang. Ze zijn op zoek. Bij hen is de wil iets gezamenlijks te bewerkstelligen, dat zie je aan jongereninitiatiefgroepen als De Wervers en De Magneet. De huidige vorm waarin de ledenavonden worden gegeven zijn voor jongeren van nu denk ik niet meer passend. Die oude manier van werken is niet meer toereikend. Jongeren willen niet langdurig een boek bestuderen, ze willen dòen. En ik kan me voorstellen, dat dat 'doen' een nieuwe vorm is. Bijvoorbeeld door middel van werkweekenden."


Motief 79, november 2004