| Merlijn Trouw |
Merlijn studeerde Geschiedenis in Amsterdam, was actief in de politiek als lid van de Jonge Democraten en D66, en maakte op jonge leeftijd indruk als topatleet; als hardloper haalde hij op de Nederlandse kampioenschappen zijn medailles binnen. Als hij terugkijkt is het voor hem duidelijk: de antroposofie heeft hem gevormd, maar de wereld van de sport was even zo vormend.
En dan, na zijn studie Geschiedenis, zoekt hij zijn weg in het werkzame leven. Hij doet een leer/werkjaar bij het NPI (Nederlands Pedagogisch Instituut), een instituut voor organisatieontwikkeling, dat hem opleidt tot adviseur. Op dit instituut, dat door de vermaarde antroposoof Bernard Lievegoed is opgezet, wordt hij in zijn hart geraakt. “Ik leerde er praktische toepassingen te bieden vanuit de antroposofische visie. Als organisatie- en beleidsadviseur kon ik er prachtig mee uit de voeten.
Tien jaar heb ik het werk met veel plezier gedaan. Ik werkte bij gerenommeerde adviesbureaus en mijn klanten waren grote bedrijven en organisaties buiten het antroposofische werkveld. Ondertussen had ik wel een netwerk binnen de antroposofie opgebouwd, ook door mijn lidmaatschap van de vereniging. De volgende stap in mijn werkende leven, is dat ik nu als directeur bij OlmenEs werk.”
OlmenEs is een instelling voor antroposofische gehandicaptenzorg in het Friese Appelscha. Op ruim 50 hectare wonen en werken daar 100 bewoners, en geeft Trouw leiding aan ongeveer 170 medewerkers. Een weverij, een grote tuin, een boerderij, een winkel en een bakkerij liggen op het door bos omzoomde terrein en de bewoners werken er elke dag: als wever, tuinman, boer of winkelier.
Trouw: “We willen elke bewoner tot zijn recht laten komen. Dat maakt deel uit van onze visie. Het klassieke onderscheid dat binnen de antroposofie zo belangrijk is – denken, voelen en willen – werken we hier in de praktijk uit. We spreken mensen aan op elk van deze lagen.” Wij werken en leven hier met volwassenen met een verstandelijke beperking. Hun denken is op een of andere manier ‘verstoord’. Dat staat gelukkig meestal het persoonlijk contact niet in de weg. We ondersteunen dit contact, door bijvoorbeeld in de huiskamers van de woonhuizen geen televisies aan te zetten.
Ongestructureerde beelden, zeker als je gaat zappen, zijn belastend voor mensen met een verstandelijke beperking. Veel zaken zijn lastig te bevatten voor hen. Dat wordt niet makkelijker als je er ook nog eens een brij van informatie aan toevoegt. Overigens betekent deze aanpak geen taboe op televisie of internet. Daarvoor kan iedereen gewoon terecht in het café op het terrein. Waar het ons om gaat, is dat we prioriteit leggen bij het contact dat mensen nodig hebben, om als gemeenschap goed te kunnen functioneren.
Het is voor ons de kunst om mensen te begeleiden in wat ze willen. Welke talenten heb je? Wat wil je graag? Het ‘willen’ van mensen zelf proberen we in beeld te krijgen, omdat het betekenis geeft aan iemands leven. Mensen worden hier boer, wever, of iets anders. We zoeken net zo lang, tot iemand met zijn of haar talent op zijn plek zit.”
|
|
|
|