| Frederik Willem Zeylmans van Emmichoven |
arts, psychiater, voorzitter van de Antroposofische Vereniging in Nederland
* 23 november 1893 Helmond † 18 november 1961 Kaapstad (ZA)
Willem Zeylmans van Emmichoven was een gevoelig kenner van de menselijke ziel - hij zag deze in zijn veelkleurigheid, individuele uitdrukking, cultureel-etnische samenhang en ten slotte als lid van de mensheid. Zeylmans was een kosmopoliet en had zowel in antroposofische kringen als in het openbaar een duidelijke invloed. Gedurende zijn laatste levensjaren maakte hij de leden bewust van de grondsteenmeditatie als fundament van de Algemene Antroposofische vereniging, zoals die bij de kerstconferentie was gegeven. Willem Zeylmans werd in Helmond geboren, een kleine industriestad in Limburg. Zijn vader was chocoladefabrikant, zijn moeder van Duitse afkomst. Zijn eerste herinneringen waren kleurbelevingen: een tuin met groen, kleurig planten, een blauwe hemel en dan plotseling een donkere schaduw: het buurmeisje was aan komen lopen. Licht en schaduw, verheven schoonheid en bedrukkende armoede, leven en dood. Al vroeg ervoer hij de tegenstellingen die zo kenmerkend zijn voor de menselijke ziel: al vanaf zijn vijfde jaar zag hij lange tijd demonen. Zij hadden dezelfde gestalte als de demonen die hij later zag op de schilderijen van Jeroen Bosch. Zij bedreigden hem en hij leefde in grote angst tot hij een stem hoorde die zei: "kijk ze aan, dan zullen ze verdwijnen". Hij deed dat, en het beeld verdween langzaam. Van zijn 16e naar zijn 17e jaar was hij door een gevaarlijke tyfus maandenlang aan bed gekluisterd. De al wat oudere huisarts bezocht hem vaak en sprak over het voorrecht een ernstige ziekte door te maken. "Hoe je pas weet wat het leven betekent wanneer je het eerst bijna verloren hebt en voelt hoe het langzaam weer terugkeert. Hoe alles, wat voordien een vanzelfsprekendheid was, nu uitgroeit tot een groot wonder". (Zeylmans, E. 1979, pag. 30) Gedurende de herstelperiode begon een ongelukkig verlopende liefde die hem drie jaar lang innerlijk verscheurde. In deze periode openden zich voor hem nieuwe organen voor kunst, literatuur, schilderkunst en muziek. Hij begon zich met metafysica en religie bezig te houden. Later schreef hij: 'De vreugde is als een groot licht dat van buiten naar binnen stroomt. Het leed maakt een innerlijk licht wakker dat in de ziel begint te stralen, van binnen naar buiten; eerst klein maar krachtiger dan het andere licht (ebd., pag. 39)'. Nu zag hij het leed in het gelaat van zijn medemens, het gaf hem het gevoel met alle mensen verbonden te zijn. Met 18 jaar begon hij de studie medicijnen en specialiseerde zich al spoedig in de psychiatrie. Zijn affiniteit met de wereld van de kleuren leidde tot de ontmoeting met de schilderes Jacoba van Heemskerck. In haar atelier zag hij een foto van Rudolf Steiner en meende hem te kennen. Er volgden vele bezoeken aan de schilderes en haar vriendin Marie Tak van Poortvliet, waarbij er veel over Steiner werd gepraat. In de zomervakantie deed Zeylmans op haar landgoed Loverendale bij Domburg experimenteel onderzoek naar de werking van kleuren op het gevoel. De kinderen uit het dorp waren maar al te graag zijn proefpersonen. Op advies van de beide dames zette hij zijn onderzoek voort bij professor Wundt in Leipzig. Daar werd hij lid van de antroposofische vereniging om aan een medische cursus te kunnen deelnemen.
|
In december 1920 reisde hij naar Dornach, zijn jonge bruid studeerde daar euritmie. Samen bezochten een voordracht van Rudolf Steiner. Toen de spreker de zaal binnenkwam, gaf dit Zeylmans een duidelijk gevoel van herkenning en riep dit tegelijkertijd innerlijke beelden in hem op die vaag op eerdere situaties duidden. Vervolgens zag hij hoe bij Rudolf Steiner rechtop staan, spreken en levend denken in harmonie en met een kracht samenwerkten zoals hij dat nog niet eerder had gezien. De voordrachten - 'Die Brücke zwischen der Weltgeistigkeit und dem Physischen des Menschen' (in GA 202, Nederl. vertaling: De brug tussen lichaam en geest) - behandelden de invloed van geest en ziel op het fysieke lichaam. Na de voordracht werd hij aan Rudolf Steiner voorgesteld die tegen hem zei: "Ik had u hier al lang verwacht". Op de opmerking van Zeylmans dat hij pas laat in de middag was aangekomen, antwoordde Steiner met een glimlach: 'dat is helemaal niet wat ik bedoel'. (ebd., pag. 74, 76) Het eerste gesprek tussen hen ging over Zeylmans werken met kleuren. Steiner beschreef, hoe er naast de zeven zichtbare kleuren van het zonnespectrum nog vijf andere purper kleuren bestaan. 'Het purper is echter zo teer, dat het buiten in de natuur bijna niet verschijnt, maar daar leeft het Ik in de etherische wereld. Purper is namelijk de kleur van de etherische wereld'. (ebd., S. 78) Niet veel later, op 28-jarige leeftijd begon Zeylmans met doceren, in het openbaar en voor collega's, die geïnteresseerd waren in antroposofische gezichtpunten over de geneeskunde. Hij was betrokken bij het tot stand komen van de eerste Vrije School in Den Haag en richtte een kleine kliniek op. Intussen had hij zijn proefschrift over 'De werking der kleuren op het gevoel' afgesloten. In november 1923 werd de Antroposofische Vereniging in Nederland opgericht. Zeylmans werd de eerste voorzitter, enkele dagen voor zijn 30e verjaardag. Toen hij tegenover Rudolf Steiner bezwaren uitte over de functiecombinatie van arts en voorzitter, antwoordde Steiner dat hij juist als arts voorzitter hoorde te zijn aangezien de Vereniging zijn therapeutische inbreng in toenemende mate nodig zou hebben. Kort daarop vond in Dornach de Weihnachtstagung plaats, waar de Algemene Antroposofische Vereniging werd opgericht - een gebeurtenis die een centrale rol zou gaan spelen in het leven van Zeylmans. Iedere dag werd er begonnen met een korte bespreking van de spreuk die de leden als grondsteen voor de nieuwe Vereniging werd gegeven. Iedere volgende dag vormde Rudolf Steiner vanuit de afzonderlijke elementen van de spreuk nieuwe meditaties, die hij 'Rhythmen' noemde. Zeylmans had het gevoel dat hij aan een openbare mysteriehandeling deelnam. Willem Zeylmans ontmoette Rudolf Steiner in 1924 vele malen, ging naar ongeveer 50 voordrachten, waaronder de Pedagogische Cursus, de medische voordrachten en de karmavoordrachten in Arnhem (GA 310, 319, 240). Hier sprak Rudolf Steiner over de Michaëlschool en over het lot van de antroposofische beweging dat daarmee verbonden is. Voor Zeylmans was de inhoud van al deze voordrachten richtinggevend. Aan het eind van de Pastoral-Medizinischer Kurs in september aan het Goetheanum (GA 318) werd Zeylmans tezamen met zes andere artsen benoemd in de esoterische kern van de medische sectie die door Ita Wegman werd geleid. Rudolf Steiner gaf het in dit verband de persoonlijke taak zich bezig te houden met de Tempeliers en de Rozenkruisers.
|
Naast het werk in zijn groeiende praktijk als arts en psychiater reisde Zeylmans om voordrachten te houden Zijn grote, voorname gestalte - in gezelschap stak hij vaak boven de anderen uit - straalde een oprecht en fijnzinnig waarnemingsvermogen uit. Hij sprak duidelijk en kon met zijn stem in grote zalen duizend mensen zonder hulpmiddelen bereiken. Aan het begin van een voordracht bewoog hij weinig, hij begon nuchter, sprak over feiten. Dan volgden langzamerhand de gebaren die steeds groter werden en kunstzinnigheid uitstraalden. De scheppende kracht van het woord werd zichtbaar, een kracht die - om het even of hij in het Duits, Engels of in zijn moedertaal sprak - de luisteraars al spoedig binnenleidden in zijn levendige, beeldende en evenzo heldere denken. Dit denken was werkzaam tot in de fysiologie van de toehoorders. Vaak sprak hij over de kleuren. Hoe ze altijd in het dagelijks leven aanwezig zijn, een rol spelen en welke invloed ze hebben op de psyche en daardoor ook op het lichaam. Hij sprak voor verffabrikanten en -handelaars, voor architecten, museumdirecteuren en kunstenaars, voor artsen en psychologen. Door professionals uit diverse Nederlandse vakgebieden werd het 'Genootschap voor praktische kleurenpsychologie' opgericht; er werd een tijdschrift uitgegeven, er werden conferenties gehouden, hij schreef een kleurenleerboek voor architecten en ten slotte vroegen tapijtfabrikanten en bloemenkwekers hem om advies. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verdween dit werkterrein ogenschijnlijk uit het leven van Zeylmans. Maar het leefde voort in zijn publicaties over de menselijke ziel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog legde hij zijn ervaringen als arts, psychiater en adviseur vast in korte monografieën, zonder specifiek antroposofische terminologie te gebruiken. Hij beschouwde zijn boek 'De menselijke ziel' als zijn belangrijkste boek, dat ook door vakcollega's werd gewaardeerd en serieus genomen. Meer bedoeld voor leken schreef hij 'Hygiëne van de ziel'.
|
Wereldburgerschap en toenadering tussen volkeren behoorden tot de wezenlijke en dierbare wensen van Zeylmans. Tegen deze achtergrond moet zijn poging worden gezien een wereldbond van Vrije Scholen (Weltschulverein) op te richten, die een internationale basis moest vormen voor de uitbreiding van de Vrije-Schoolpedagogie en de vrije financiering ervan. Dit initiatief uit 1926 mislukte, niet in de laatste plaats door weerstand in antroposofische kringen, die het vreemd was in de brede openbaarheid werkzaam te zijn. Een andere initiatief had wel succes: de jeugd van Europa, in een tijd van groeiend politiek fanatisme in contact te brengen met de antroposofie. In het voorjaar van 1930 werden over heel Europa jonge mensen uitgenodigd om naar "Kamp De Stakenberg" te komen en over de situatie van dat moment te praten. Meer dan duizend deelnemers ontmoetten elkaar in grote tenten, waar pioniers uit de antroposofie als Walter Johannes Stein, Eugen Kolisko, Ita Wegman, Caroline von Heydebrand, Herbert Hahn of Elisabeth Vreede spraken, er werkgroepen plaatsvonden en er kunstzinnig werd gewerkt. In 1933 ondernam Zeylmans met het oog de steeds somber wordende politieke en ideologische situatie een poging om door inzicht in het wezen van de Europese volkeren menselijke perspectieven te scheppen voor de toekomst. Hij richtte een centrum voor volkerenpsychologie op, hield meer voordrachten en gaf kleine geschriften uit. De politieke ontwikkelingen beperkten in toenemende mate zijn activiteiten en maakten deze uiteindelijk helemaal onmogelijk. Ook binnen de Algemene Antroposofische Vereniging stuitte zijn engagement 'de diepste esoterie met de grootste openbaarheid te verbinden' (Steiner) in toenemende mate op weerstand. De verschillen binnen de vereniging sedert de dood van Rudolf Steiner en zijn nauwe samenwerking met Ita Wegman leidden er in 1935 toe dat hij samen met andere gelijkgestemden van de Gesellschaft werd uitgesloten. De landelijke vereniging in Nederland werkte echter zonder samenhang onder zijn leiding verder, maar moest haar activiteiten na de bezetting door de Nazi's stopzetten.
|
Na de oorlog pakte hij de draad weer op, maar wilde de stijl van leiding geven bij de wederopbouw van de Nederlandse Antroposofische Vereniging radicaal wijzigen. Uitgangspunt daarvoor vormde zijn onophoudelijk meditatieve werken met de grondsteen en de gebeurtenis van de Kerstconferentie. Hij zocht naar een vormgevingsprincipe vanuit de periferie, in plaats van centrale functionarissen zouden er kringen en colleges moeten komen. Gespreksconferenties moesten de voordrachtscultuur aanvullen. Deze indertijd ongebruikelijke werkvormen slaagden nog niet: Zeylmans werd te veel ervaren als vanzelfsprekend middelpunt en inspiratiebron van de landelijke Vereniging. De hernieuwde ontmoeting met vrienden in het buitenland maakten hem duidelijk dat bij velen het streven in dezelfde richting ging. Sedert 1948 vonden in Arlesheim in de eerste dagen van januari ontmoetingen in kleine kring plaats met als thema: 'De blijvende invloed van de Kerstconferentie'. De grondsteenmeditatie vormde het uitgangspunt en het centrum van de activiteiten. Op deze bijeenkomsten volgden als spoedig grote internationale zomerconferenties in Nederland. In 1953 kwamen meer dan duizend mensen naar de conferentie met als thema: 'De geboorte van Europa, een geestelijk vraagstuk'. Opnieuw waren het vooral jonge mensen die hier een antroposofie vonden die zij zochten. In 1954 ondernam Zeylmans een wereldreis van negen maanden. Behalve bij openbare voordrachten stelde hij in alle afdelingen, groepen en instellingen die hij bezocht de grondsteenmeditatie in het middelpunt van de beschrijvingen en gesprekken. Hij beschreef deze als beeldend principe van de Antroposofische Vereniging en als oefening die je leert het Ik van de mens steeds meer als deel van de mensheid te ervaren. Het leek wel alsof Zeylmans de genezende kracht van de grondsteenspreuk over de hele wereld droeg. Hij begon daarmee een genezingsproces dat ook doorwerkte binnen de Algemene Antroposofische Vereniging. Al vanaf 1948, toen bij de Algemene Vergadering in het Goetheanum de uitsluitingen van 1935 werden opgeheven, speelde Zeylmans een centrale rol bij de pogingen de gescheiden groepen weer bij elkaar te brengen. In 1960 sloot de landelijke Vereniging in Nederland zich op zijn initiatief weer aan bij de Algemene Antroposofische Vereniging. Hij gaf daar drie redenen voor aan: omdat de tijd er rijp voor was, ter wille van Rudolf Steiner en omdat wij het willen. In september 1961 reisde hij naar Zuid-Afrika, bezocht scholen, andere instituten en afdelingen, gaf adviezen en hield voordrachten. Op de dag dat de Nederlandse Landelijke Vereniging 38 jaar bestond, stierf Willem Zeylmans in Kaapstad. Vijf dagen later werd zijn as over de Tafelberg verstrooid.
Joop van Dam
|
Publicaties: De Werking der kleuren op het gevoel, Utrecht 1923 (diss.); Rudolf Steiner, Den Haag 1932, Zeist ³1983; Oostersche en westersche inwijdingswegen, Den Haag z.j., Zeist 21971; Ontwikkeling en geestesstrijd, Den Haag 1935; De menselijke ziel, Utrecht 1943, Amsterdam 51993; Hygiëne van de ziel, Utrecht 1946, Amsterdam 31987 (titel: Gesprekken over de ziel); Amerika en het Amerikanisme, Den Haag 1950, ²1952; Der Grundstein, Stuttgart 1956, 71999, nederl.: De Grondsteen, Zeist 1977, Amsterdam 21989; De Werkelijkheid waarin wij leven, Zeist 1959, Amsterdam 31993; Artikelen in verzamelwerken; vele brochures met teksten van voordrachten; vertalingen in vele talen waaronder duits, engels, frans, italiaans, spaans, fins, japans; artikelen in A, AGB, AMH, Atn, BOG, HB, MaD, MAVN, MCV, Msch, N, Na, O, VOp, WNA en in niet-antroposofische tijdschriften.
Literatuur: Steffen, A. u. a.: Dr. Frederik W. Zeylmans van Emmichoven, in: N 1961, Nr. 48; Lauer, H. E.: Frederik Willem Zeylmans van Emmichoven, in: BfA 1961, Nr. 12; Lievegoed, B. C. J.: In memoriam Dr. Frederik W. Zeylmans van Emmichoven, in: BeH 1962, Nr. 6, auch in: Selg, P. [Hrsg.]: Anthroposophische Ärzte, Dornach 2000; Lehrs, E.: Zum Hingang von Frederik W. Zeylmans van Emmichoven, in: MaD 1962, Nr. 59; Streit, J.: Zum Hinschied von Dr. Frederik W. Zeylmans van Emmichoven, in: MaB 1962, Nr. 28; Götte, F.: In memoriam Frederik W. Zeylmans van Emmichoven, in: MaD 1964, Nr. 70; Hagemann, E.: Bibliographie der Arbeiten der Schüler Dr. Steiners, o. O. 1970; Zeylmans, E.: Willem Zeylmans van Emmichoven. Ein Pionier der Anthroposophie, Arlesheim 1979; Deventer, M. P. van: De „Grondsteen“ in het leven van Willem Zeylmans van Emmichoven, Knottenbelt, E.: Dr. Frederik W. Zeylmans van Emmichoven, Jurriaanse, T.: Bij het 56e jaar van de Anthroposofische Vereniging in Nederland, in: MAVN 1979, Nr. 11; Deimann 1987; GA 260a, ²1987; Götte, F.: Begegnungen mit Willem Zeylmans van Emmichoven, in: MaD 1987, Nr. 161; Schöffler 1987; GA 291a, 1990; GA 259, 1991; GA 260, 51994; GA 319, ³1994; Fucke, E.: Siebzehn Begegnungen, Stuttgart 1996; Lindenberg, Chronik 1988; Selg, P.: Anfänge anthroposophischer Heilkunst, Dornach 2000; Zeylmans, E.: Willem Zeylmans van Emmichoven. An Inspiration for Anthroposophy, Forest Row 2002; alle artikelen uit MAVN 1961 en 1991 gebundeld in: Herinneringen aan Willem Zeylmans van Emmichoven, Den Haag 2002; Soesman, A.: De Zeylmans-Impuls, Den Haag 2002 32003
Afkortingen: zie de lijst op www.kulturimpuls.org
© Tekst en afbeeldingen: Forschungsstelle Kulturimpuls, Dornach en Antroposofische Vereniging in Nederland
|
|
|
|