| Marie Tak van Poortvliet |
musica, verzamelaarster expressionistische kunst, schrijfster
* 15 februari 1871 Den Haag † 8 juli 1936 Dornach (Zwitserland)
Marie Tak van Poortvliet was een muzikale, welgestelde vrouw met een grote sociale bewogenheid die veel Nederlandse antroposofische activiteiten van het eerste uur initieerde en ondersteunde. Ze was in Nederland onder meer initiatiefnemer van de eerste kliniek voor antroposofische geneeskunst, het eerste tijdschrift over de sociale driegeleding en het eerste biologisch-dynamische bedrijf, de NV Cultuur Maatschappij Loverendale en het handelsmerk Demeter. Haar verantwoordelijkheid en daadkracht voor de antroposofie waren erg groot. Bijzonder was dat ze het talent bezat in anderen te herkennen waar hun geestelijke opdracht in het leven lag en dit te stimuleren.
|
Marie Tak van Poortvliet was de oudste dochter van de bekende minister van binnenlandse zaken Mr. Joannes Pieter Roetert Tak van Poortvliet (1839-1904). Naast twee zusjes had ze nog een jongere broer. De welgestelde familie van vaderszijde stamde oorspronkelijk uit Zeeland en had daar door de handel veel landerijen en landgoederen verworven. In de zomer woonde het gezin op het eiland Walcheren op het landgoed 'De Griffioen'. Marie's vader was een politiek idealistisch mens die zich als minister buitengewoon inzette voor de uitbreiding van het kiesrecht voor arbeiders. De moeder van Marie, Christina Louisa Henrietta Geertruida van Oordt (1850-1897) stamde uit een oud Rotterdams geslacht. Ze was een sympathieke, begaafde vrouw die haar man geweldig steunde bij zijn politieke strijd. Na de dood van haar moeder nam Marie haar taak over. Ze verzorgde haar vader, die na een tumultueuze loopbaan in een zorgwekkende fysieke staat verkeerde, als ook broer en zussen. In 1904 overleed haar vader. Hij liet zijn kinderen veel geld en bezittingen na en hiermee was Marie Tak van Poortvliet met drie en dertig jaar een vermogende vrouw geworden. Het ouderlijk huis werd verkocht en ze verhuisde naar de Wassenaarseweg in Den Haag. Eenzaam en in een toestand van 'innerlijke leegte', omdat het familieleven in het ouderlijke huis was afgebroken en ook omdat haar jongste zuster, Joanna Elisabeth, geestesziek was geworden, stortte ze zich op een muziekstudie.
|
Toen haar geliefde vriendin, de kunstenares Jacoba van Heemskerck, bij haar in de buurt was komen wonen besloot ze, vanwege diens zwakke gezondheid, een villa te laten bouwen in de badplaats Domburg. Vanaf 1908 verbleven ze daar gedurende de zomermaanden. Marie Tak van Poortvliet liet in de tuin een atelier bouwen zodat Jacoba daar ongestoord kon werken. Van de villa maakte Marie, die een grote hartelijkheid bezat, een gastvrij onderkomen voor o.a. vele kunstenaars. Hierdoor maakte ze de worsteling mee van kunstenaars in het zoeken naar nieuwe vormen. Zij begreep dat zich in de kunst iets nieuws wilde openbaren, buiten de natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid om, en ze begon in 1912 met het aanleggen van een kunstverzameling. "Der Gemäldebestand der Sammlung M. Tak van Poortvliet, (...) zieht die Schlusssumme jener Kunstentwicklung, die entgegen der impressionistischen Schaffenabsicht ihr Ziel in die Befreiung des Bildes vom Natureindruck setzt und danach trachtet, einem Bilde durch geistig formale Stützen und Stillvolkommenheiten Überzeugungsmacht zu verleihen." (Huebner) Het was hiermee de meest vooruitstrevende kunstverzameling in Nederland in die tijd. Deze omvatte in 1921 voornamelijk abstracte en veel expressionistische kunst zoals van Braque, Mondriaan, Kandinsky, Marc, van Heemskerck, Léger en Feininger. Een paar beroemde stukken die zich nu in Nederlandse musea bevinden zijn: Mondriaan's 'Rode Boom', Kandinsky's 'Gezicht op Moskou' en 'Lyrisches', Feiningers 'Ober-Weimar' en Marcs 'Lam'.
|
Marie Tak van Poortvliet had zich aanvankelijk van het ouderlijk geloof, de Nederlands Hervormde Kerk, afgekeerd en was Remonstrants geworden. In 1912 besloot ze, in navolging van Piet Mondriaan en Jacoba van Heemskerck, lid te worden van de Theosofische Vereniging. Met Jacoba van Heemskerck, die zich in 1913 had aangesloten bij de expressionistische Sturm-kunstenaars, richtte ze zich nu op de Duitse cultuur en reisde ze op en neer naar Berlijn om daar tentoonstellingen en muziekuitvoeringen te bezoeken. Niet alleen haar vriendin Jacoba van Heemskerck ondersteunde zij financieel maar ook andere moderne Sturm-kunstenaars die in geldzorgen zaten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verzorgde ze voor het Duitsgezinde tijdschrift De Toekomst in Nederland de muziekrecensies van voornamelijk Duitse operavoorstellingen in Den Haag. In 1915, 'der grosse und entscheidende Moment ihres Lebens', werd ze samen met Jacoba van Heemskerck lid van de Anthroposofische Vereniging. Vanaf dat moment staat alles in het teken van de antroposofie waarvoor ze zich vanaf het allereerste begin zeer verantwoordelijk voelde. Samen met Jacoba van Heemskerck bestudeerde ze vele boeken van Rudolf Steiner. In 1916 kwam ze via de Sturm-tentoonstelling in Den Haag in contact met de student Willem Zeylmans van Emmichoven die van plan was tropenarts te worden in Nederlands-Indië. Bij zijn eerst bezoek zag ze in hem echter reeds de toekomstige leider van het antroposofische werk in Nederland. In de zomer van 1917, in de tuin van de villa 'Loverendale' doet ze hem het volgende voorstel: "Ik wil je iets vragen, maar daaraan is een bepaalde voorwaarde verbonden. Ik wilde je voorstellen het bedrag van mij aan te nemen waarmee je je kan vrijmaken van je verplichting om naar Nederlands-Indië te gaan. De voorwaarde is echter dat je me het bedrag nooit mag teruggeven." Zeylmans nam het aanbod aan. Hij beschouwde het later als het eerste grote geschenk in zijn leven. Ook sprak ze met Zeylmans, toen al over de mogelijkheid van een antroposofische kliniek voor psychiatrische patiënten. Vooral ingegeven vanwege haar bezorgdheid voor haar zuster, die psychiatrische patiënte was. In 1923 maakte ze, door de oprichting van de 'Kliniek Prinsevinkenpark' in Den Haag, het Zeylmans financieel mogelijk, zich vrij te maken voor de antroposofie in Nederland. Rudolf Steiner had hem gevraagd voor het houden van voordrachten over de antroposofie. De financiële basis van een kleine kliniek waar hij als arts zou kunnen werken zou dit mogelijk maken. In dit rusthuis, de voorloper van de Rudolf Steiner Kliniek, waar aanvankelijk enkel de zuster van Marie, Joanna Elisabeth Tak van Poortvliet verbleef, maakte de antroposofische geneeskunst in Nederland een begin. Naast grote hartelijkheid en sociale bewogenheid bezat Marie Tak van Poortvliet ook de eigenschappen van een sterk plichtsbesef en een uiterste nauwgezetheid. Deze hoedanigheden maakten dat ze tijdens haar leven deel zou uit maken van vele stichtingen en comités. In 1916 werd ze voorzitster van de voorloper van de eerste landelijke antroposofische vereniging 'De Haagsche Anthroposofische Vereeniging'.
|
Na de eerste wereldoorlog en de na-oorlogse ellende in Duitsland voor wiens cultuur ze zo'n grote sympathie koesterde, schaarde ze zich onmiddellijk achter de nieuwe ideeën van Rudolf Steiner voor een vernieuwing van het sociale leven, de sociale driegeleding. In april 1919 zat ze in het Nederlandse Comité van aanbeveling die Steiners 'Open brief aan het Duitsche volk en aan de overige mensheid' hielp verspreiden en door velen liet ondertekenen. Drie maanden later kwam ze met een Nederlandse vertaling van Steiner's 'Die Kernpunkte der sozialen Frage'. Tegelijkertijd publiceerde ze een viertal artikelen in het tijdschrift 'Het Nieuwe Leven' over de beeldende kunst. Ze beschreef hierin haar opvattingen, en ongetwijfeld die van Jacoba, over de moderne kunst en het verschil tussen de esthetische aspecten van 'de Stijl' en de expressionistische kunstopvatting. Toen de 'Bond voor drieledige Indeeling van het Sociale Organisme' werd opgericht vormde ze samen met N.D. Frankena de redactie van het mededelingenblad met de titel "Drieledige Indeeling van het Sociale Organisme". Voor de eerste jaargang in 1920 schreef ze vele artikelen. Ook publiceerde ze groot aantal vertalingen van artikelen van Rudolf Steiner voor de Duitse 'Bund für Dreigleiderung des sozialen Organismus'. Aan de tweede jaargang deed ze niet meer mee. In 1922 verhuisde ze, samen met Jacoba van Heemkskerck, vanwege diens slechte gezondheid, naar Domburg. Ze had de villa ingrijpend laten verbouwen en begon daar met haar vriendin een gezamenlijk huishouden. Op twee januari schreef ze Rudolf Steiner een brief waarin ze ook namens Jacoba haar ontzetting en droefheid uitsprak over de brand van het Goetheanum. Ze sprak haar hoop uit dat: " (...) es Ihnen gegeben sein möge die Arbeit neu zu gestalten. An Kräften und Mitteln wird es nicht fehlen dürfen; des bösen Mächten darf die Menschheit nicht verfallen." Voor de Boekerij "De Komende Dag" had ze in 1921 de voordracht van Rudolf Steiner 'De Taak der Geesteswetenschap en haar gebouw te Dornach' van 11 januari 1916 vertaald. Ze was ook samen met Jacoba vaak op bezoek geweest in het eerste Goetheanum. Later in 1929 zal ze vanuit Domburg meewerken aan het inzamelen van fondsen (de zogenaamde 'Goetheanum-Hulp') voor het tweede Goetheanum. Augustus 1923 stierf haar vriendin Jacoba van Heemskerck in Domburg. Marie Tak van Poortvliet zette zich ook na haar dood in voor het belang van haar werk. Zo hielp ze onder meer mee aan herdenkingstentoonstellingen en schreef ze een biografie in het herdenkingsboek, 'Sturm Bilderbuch VII'. Nu de zorg voor haar vriendin wegviel ging ze dikwijls voor langere tijd naar Dornach om daar cursussen te volgen aan het Goetheanum. Van wezenlijk belang vond ze de oprichting, door Rudolf Steiner in Dornach, van de Algemene Anthroposofische vereniging en van de Hogeschool voor Geesteswetenschap tijdens de Weihnachtstagung 1923. Ze behoorde dan ook in 1926 tot de 98 ondertekenaars van de 'Kundgebung' van Arenson, naar aanleiding van de strijd die er na de dood van Rudolf Steiner in de Anthroposophische Gesellschaft woedde. Ze meende dat men de wezenlijke betekenis van het bestuur dat Steiner bij de Weihnachtstagung had gevormd moest erkennen, zodat een nieuwe impuls in de vereniging zou ontstaan. Ook schaarde ze zich in datzelfde jaar samen met onder meer Zeylmans achter het plan van Ita Wegman voor een 'Weltschulverein', een internationale vereniging die een fonds zou stichten om de vrije scholen te financieren waardoor ze vrij van staatsbeïnvloeding zouden blijven. Een tijdlang was ze bestuurslid van de Nederlandse Anthroposofische Vereniging die in 1923 was opgericht, met Zeylmans als voorzitter, en richtte ze de jeugdsectie op.
|
Tijdens een verblijf in Dornach in 1926 hoorde ze een voordracht van Dr. Ehrenfried Pfeiffer over de biologisch-dynamische landbouwmethode. Door gesprekken met hem raakte ze enthousiast voor het idee deze landbouwmethode te introduceren op haar landerijen in Zeeland en Noord-West Brabant die ze uit de erfenis van haar vader bezat. Ze zag in de veel jongere Pfeiffer, die in Dornach een biochemisch laboratorium bezat waar hij kwaliteitsonderzoek deed, de man die dit plan zou kunnen dragen. Op 8 september 1926 richtte Marie Tak van Poortvliet samen met Ehrenfried Pfeiffer en Willem Zeylmans van Emmichoven de N.V. 'Cultuurmaatschappij Loverendale' op. Pfeiffer werd directeur van de N.V. en Marie Tak van Poortvliet en Willem Zeylmans van Emmichoven de commissarissen. Een jaar later werd de Jacobahoeve, genoemd naar Jacoba van Heemskerck, het eerste proefbedrijf van 'Loverendale'. Hier werden de eerste proeven gedaan met het bereiden van compost met biologisch-dynamische preparaten. Men wilde kijken of de nieuwe wijze van bemesting ook op de zware kleigrond toegepast kon worden. Langzamerhand kwamen steeds meer landerijen van Marie Tak van Poortvliet in beheer van 'Loverendale'. Het ideaal van een landbouwbedrijf als een in zich zelf afgesloten individualiteit, dat alles wat het nodig heeft ook binnen zijn eigen bereik voortbrengt, werd op de bedrijven 'Loverendale' tot ontwikkeling gebracht. Ook de grond naast haar villa had Marie Tak van Poortvliet ter beschikking gesteld. In een schuurtje naast de villa was het wetenschappelijk laboratorium gevestigd waar bodemonderzoek werd uitgevoerd voor de bedrijven. Het onderhield nauwe banden met het onderzoeklaboratorium aan het Goetheanum te Dornach. Als lid van de "Landwirtrschaftlichen Versuchsring" Nederland kwam ze overeen dat ook alle biologisch-dynamische producten in Nederland de naam Demeter zouden gaan dragen. In het atelier van Jacoba achter de villa hield Marie ledenavonden voor de Groep Domburg van de 'Anthroposofische Vereeniging', waar zij groepsvertegenwoordiger van was. Ze was hierin buitengewoon actief en nodigde veel gerenommeerde antroposofen uit lezingen te geven. Op 17 Juli 1928 vond de opening van de Rudolf Steiner Kliniek in Den Haag plaats waarmee haar ideaal van een antroposofische geneeskunst was verwezenlijkt. Vanaf de oprichting had ze als lid deel uit gemaakt van het bestuur van de kliniek. Haar verbondenheid met de vele werkterreinen van de antroposofie droeg ertoe bij dat ze in de zomer van datzelfde jaar deel uitmaakte van het Comité voor Nederland van de Wereld-Conferentie in Londen. Hier werden alle inzichten en ervaringen uit het hele werkgebied van de antroposofie voor de wereld gebracht door middel van voordrachten, kunstuitvoeringen en tentoonstellingen. In 1930 verhuisde ze naar Dornach. Hier nam ze actief deel aan alle activiteiten in het Goetheanum en deed dagelijks euritmie die haar zoveel kracht gaf , "die sie wieder für ihre andere Arbeit brauche." Dit betrof de Cultuurmaatschappij 'Loverendale'. Het was haar hartenwens om de biologisch-dynamische landbouwmethode voor iedereen toegankelijk te maken en de laatste jaren van haar leven waren aan dit grote doel gewijd geweest. Wanneer het in 1935 zeer slecht gaat met 'Loverendale' durfde ze al haar financiële middelen in te zetten voor het voortbestaan, hoewel ze hierdoor zeer beperkt werd in haar persoonlijke uitgaven. Na deze grote daad kwam een einde aan al haar moedige pioniersactiviteiten, die tot op de dag van vandaag hun bestaansrecht bewijzen. Ze werd ernstig ziek en raakte gedeeltelijk verlamd. Ze overleed op 65-jarige leeftijd. In haar testament had ze de 'N.V. Cultuur Maatschappij Loverendale benoemd tot haar enige erfgename, behoudens enkele legaten. In een, na haar dood te openen, brief aan haar achternicht had ze het doel in haar leven omschreven: "Mijn leven heeft langzamerhand tot uitsluitend doel gekregen het bevorderen van het werk dat dr. Rudolf Steiner in de wereld heeft gebracht. Daarvoor heb ik zelve offer gebracht door er alles wat ik had voor te geven. (...) Door mijn bezittingen zo te verdeelen hoop ik een steentje bij te dragen tot het geluk van den menschheid." Haar kunstverzameling waaronder zich vele werken bevonden van Jacoba van Heemskerck had ze gelegateerd aan het Boymans van Beuningen in Rotterdam en het Haags Gemeentemuseum in Den Haag.
Jacqueline van Paaschen
|
Publikaties: Vele artikelen in dagbladen en tijdschriften over kunst en cultuur, vele artikelen in antroposofische tijdschriften als 'Loverendale Nieuws', 'Drieledige Indeeling van het Sociale Organisme' en vele gepubliceerde vertalingen van voordrachten van Rudolf Steiner in tijdschriften. Verder de vertaling van: Steiner, R., De kern van het sociale vraagstuk in de levensvoorwaarden voor het heden en de toekomst, Utrecht 1919; Steiner, R., De taak der geesteswetenschap en haar gebouw te Dornach, Den Haag 1921.
Literatuur: Duin Schouten van der, I., Een schip in de duinen, Het Rudolf Steiner Verpleeg-en Therapiehuis in beeld, Zeist 1998; Heinze, H., e.a., Loverendale 1926-1986. De Geschiedenis van een pionier in de biologisch-dynamische landbouw, Zeist 1986; Henkels, H., in: Cat. tent. Mondriaan-Aanwinsten-Acquisitions, Den Haag (Haags Gemeentemuseum), 1988; Huebner, F.M., Moderne Kunst in den Holländische Privatsammlungen, Leipzig 1921; Huebner, F.M., "Die Sammlung Tak van Poortvliet", Der Ararat 2e jrg., nr. 10 (1921), p. 262-264; R. J.: Johanna Maria Tak van Poortvliet, in: Nachrichtenblatt 1936, Nr. 33; Zeylmans, E.: Willem Zeylmans van Emmichhoven, ein Pionier der Anthroposophie, Arlesheim 1979; Huussen, A.H., in: Cat. tent. Jacoba van Heemskerck. Eine expressionistische Künstlerin, Den Haag (Haags Gemeentemuseum), Berlin (Haus am Waldsee) etc. 1982/1983; Kramers, A., "In dienst van de toekomst. Marie Tak van Poortvliet: een levensschets", Driegonaal (1999) nr. 4, p. 3-9; Paaschen, J.F.A., e.a., in: Cat. Reünie op 't Duin. Mondriaan en tijdgenoten in Zeeland, Zwolle 1994; Wille, G., "Verzamelaar aan zee", Zeeland jrg. 2 (1993), nr. 4, p. 140-144; Koepf, H., von Plato, B.: Die biologisch-dynamische Wirtschaftsweise im 20. Jahrhundert, Dornach 2001.
|
|
|
|