| Mathieu Laffrée |
vrijeschool-leraar
* 20 februari 1913 Den Haag NL † 16 maart 1994 Brissago CH
Den Haag is de stad waar Mathieu opgroeide en werkte. Als heel jong kind beleefde hij een heftig ontroerend ogenblik tijdens het pianospel van zijn vader. Later beschreef hij dit kleur- en klankbeeld als de Graalsburcht.
Hij was een levendig, vindingrijk en leergierig kind. Op elfjarige leeftijd kocht hij op de boekenmarkt zijn eerste boek: Onze Planeet, een nuchter aardrijkskundeboek. Van wezenlijk belang voor zijn hele leven en latere loopbaan als leraar waren de twee jaren in de zevende en achtste klas, die hij op de nog zeer jonge Vrije School te Den Haag doorbracht. Max Stibbe, zijn klasseleraar, gaf 'brood voor ziel en geest'. En Onze Planeet werd een ster onder sterren, zo bezielend werd Herder's werk Ideen zu der Philosophie der Geschichte der Menschheit behandeld. Zijn ouders oordeelden echter dat je op deze school niets leerde. Er volgden taaie jaren op het gymnasium, dat hij zonder diploma verliet.
Als 20-jarige werkte hij in de kruidentuin van Hans Hoogewerff Het Blauwe Huis in Voorthuizen en daarna als bedrijfsleider van het biologisch-dynamische landbouwbedrijf Loverendale op Walcheren. Onder de medewerkers waren veel refugés uit Duitsland, o.a. Ehrenfried Pfeiffer. Er werd in deze pioniertijd enthousiast gewerkt aan de toepassing van Rudolf Steiners aanwijzingen over de landbouw. Daarna werkte hij mee in het Instituut Eckhart, een klein tehuis voor jongelui die elders woonden, maar in Den Haag de Vrije School bezochten. Walter Johannes Stein, wiens dochter daar ook woonde, was er een graag geziene gast. In de zomer van 1936 was Mathieu bij de eerste grote internationale conferentie in 'De Witte Hull' in Zeist, waar veel jongeren aan deelnamen. Ita Wegman, Ernst Lehrs, Willem Zeylmans hielden er voordrachten. Grote indruk maakte op hem het thema: schafft euch neue Berufe.
In dat zelfde jaar vroeg de Haagse Vrije School of Mathieu leraar wilde worden. Via een particuliere snelcursus Duits slaagde hij voor het staatsexamen. Hij onderwees Duits van de 1e tot en met de 12e klas. In die tijd bezocht Elisabeth Vreede de school. Ze hospiteerde in de 4e klas en haar conclusie luidde: zo'n gekke les heb ik nog nooit meegemaakt. Mathieu vatte het als compliment op. Rond 1938 hoorde Mathieu tot de kring van jonge mensen die de Zeekantgroep oprichtten ten huize van de familie Gerretsen die aan de Zeekant in Scheveningen woonde. Hier werden intensief de werken van Rudolf Steiner gestudeerd. Frits Gerretsen was de architekt van het gebouw van de Vrije School. In 1942 werd de school door de bezetter gesloten. Dat was voor kinderen en leraren een smartelijke gebeurtenis. In het geheim ging het hoofdonderwijs bij één der leerlingen thuis nog een tijdlang door. Ook hield Mathieu voordrachten bij mensen aan huis. Hij vond werk als ambtenaar bij het ministerie van Economische Zaken, op een zgn. 'goede afdeling' waar zijn secretaresse menige voordracht van Steiner in stencilvorm tijdens haar werkuren uittypte. Het geestelijk leven bloeide in deze tijd van onderdrukking.
Antroposofie was voor hem als vanzelfsprekend. Hij merkte dat het innerlijke beeld bevestigd werd door de ervaringen in het lesgeven. Zijn leermeesters waren naast Rudolf Steiner: Walter Johannes Stein, Henri Zagwijn, Max Stibbe, Frits Julius en bovendien zoals hij benadrukte: elke dag de leerlingen.
Toen de school na de bevrijding in 1945 haar poorten opende, werkte Mathieu, vervuld van opbouwenergie, weer mee als leraar Duits en literatuur, maar hij introduceerde ook het vak vertelkunst aan de lerarenopleiding. Verder hield hij inleidingen en voordrachten in de Haagse ledengroep van de Antroposofische Vereniging. Na een grote crisis rond de Vrije School eind jaren vijftig heeft hij zich consequent uit het verenigingsleven teruggetrokken.
Zijn credo luidde: - Vrije Schoolleraar is een eretitel, die je gedurende je hele loopbaan in woorden en daden moet omzetten. - Bewondering voor het vrijeschoolleerplan, maar niet als codex, doch eerder als basis voor nieuw, eigen werk. - Enthousiasme voor het eigen vak en het ideeengoed van de school is het enige middel om de leerlingen te bereiken.
Christof Wiechert, eerst oudleerling, later collega, schreef: de lessen die ik van u mocht krijgen zijn in mij een vermogen geworden om uit de fantasie te kunnen putten, die een blijvend-stromende bron is; dan is lesgeven niet vermoeiend.
Tot 1980 was Mathieu werkzaam als leraar. Zijn periodeonderwijs kende onvergetelijke hoogtepunten: de humorperiode in de 9e klas, de poetica-periode in de 10e klas, het Parzival-epos in de 11e klas, de Russische en wereldliteratuurweken in de 12e. Mathieu zette de leerlingen aan tot zelfstandig werken en wekte onvermoede creatieve vermogens. Hij was veeleisend, hij stimuleerde het zelfvertrouwen, maar nooit zonder humor en warmte.
Mathieu was een man van het gesproken woord. Van 1943 tot 1984 hield hij voordrachten en cursussen in diverse steden in Nederland, georganiseerd o.a. door de Vereniging voor vrije Opvoedkunst. Na 1984 trok Mathieu zich in zijn privéleven terug en maakte reizen naar Canada, de Verenigde Staten, het Verre Oosten en Europese landen. Zijn laatste drie levensjaren bracht hij door in Brissago, Zwitserland, waar hij in 1994, 81 jaar oud, overleed.
Cynthia Laffrée-van Dam
Publikaties: Parzival en het Mysterie van de Graal, vier voordrachten, Zeist 1986. Duitse vertaling: Die Suche nach dem Heiligen Gral, Dornach, 1998.
Literatuur: W.F. Veltman: In memoriam Mathieu Laffrée. VOK 1994, 5
Afkortingen: zie de lijst op www.kulturimpuls.org
© Tekst en afbeeldingen: Forschungsstelle Kulturimpuls, Dornach en Antroposofische Vereniging in Nederland
|
|
|
|