| Pieter de Haan |
uitgever
* 20 juli 1891 Utrecht † 15 november 1968 Zeist
Pieter Jakobus de Haan was de zoon van een gerenommeerde uitgever, Wijnand de Haan. Zijn moeder kwam uit Friesland. Hij was de jongste van vier kinderen; één broer was gehandicapt. Pieter doorliep de middelbare school, was geliefd, had veel vrienden en had affiniteit met muziek. In 1908 deed hij examen. Als 18-jarige begon hij aan zijn leerjaren, waarvan hij het eerste bij een drukkerij in Nürnberg doorbracht. Langzamerhand werkte hij zich in in het beroep van zijn vader doordat hij tijdens zijn verblijf in Zürich, Londen en Parijs de boekhandelarij grondig leerde kennen. Het waren ook de jaren van een geestelijke zoektocht, waarbij de periode in Nürnberg doorslaggevend was. Daar leerde hij via een Engelse vriend de Theosofie kennen. In 1912 sloot hij zich aan bij de Theosofische Vereniging en werd er door Michael Bauer met handoplegging plechtig als lid opgenomen. Onverwacht werd hij meteen geconfronteerd met de crisis in de theosofische beweging: Steiner en de Duitse sectie stonden tegenover de internationale presidente Annie Besant in Adyar (India). Het conflict ging om de betekenis van Christus en Steiners afwijzende houding tegenover de verheerlijking van Krishnamurti als aankomende wereldleraar. De ernstige beschuldigingen aan het adres van Steiner stelden de Haan op de proef. Later was hij er dankbaar voor dat hij deze innerlijke strijd kon strijden en doorstaan. In 1913 sloot hij zich aan bij de Antroposofische vereniging die uit de Duitse sectie was voortgekomen. In datzelfde jaar leerde hij in Zürich >Ita Wegman kennen en via haar ook Rudolf Steiner, die diepe indruk op hem maakte. Door het uitbreken van de oorlog kwam er aan het eind van de zomer van 1914 een abrupt einde aan zijn leerjaren. Hij was op dat moment in Parijs. Eenmaal terug in het neutrale Nederland, trad hij toe tot de leiding van de uitgeverij. In 1915 trouwde hij met Lily (voluit Meta Elisabeth) Müller-Fürer uit Düsseldorf; zij zorgde voor een gastvrije en culturele sfeer in huis. Uit dit huwelijk werd in 1922 een dochter geboren. Met de terugkeer in Nederland en het begin van zijn beroeps- en gezinsleven, was zijn geestelijke zoektocht nog niet ten einde. Ondanks de oorlog was het soms toch mogelijk om tussen neutrale landen te reizen, bijvoorbeeld van Nederland naar Zwitserland. In 1915 mocht ik enkele weken meewerken aan de bouw van het Goetheanum. Wij kregen hamer en beitel om het hout van de buitenmuren te snijden. Veel kon er daarbij niet verkeerd gaan.", schreef hij later, terugkijkend op deze periode. (Haan 1982, pag. 213) Na de Eerste Wereldoorlog trad Rudolf Steiner krachtig in de openbaarheid. De belangstelling voor de antroposofie nam sterk toe en vooral tussen 1920 en 1923 waren er veel openbare activiteiten. Pieter de Haan nam er intensief aan deel. De beweging voor sociale driegeleding was in die tijd de belangrijkste stroming binnen de antroposofische beweging. In 1921 deed hij een poging een Nederlands tijdschrift voor sociale driegeleding uit te geven; in 1922/23 gaf hij het maandelijkse verschijnende tijdschrift "Anthroposophie" uit. Beide pogingen waren van korte duur. Rond 1922 nam hij met veel initiatiefkracht deel aan de oprichting van de Nederlandse Weleda. In deze periode nodigden hij en anderen Rudolf Steiner herhaaldelijk uit naar Nederland te komen. Zo organiseerde hij samen met Elisabeth Vreede in februari/maart van 1921 een voordrachtenreis voor Steiner. In alle steden waar hij voordrachten hield, vormde Steiners oproep om te komen tot een "Welt-Schulverein" het hoogtepunt. Deze vereniging moest de oprichting en financiering van zo veel mogelijk Vrije Scholen over de hele wereld garanderen en ook de vrijheid garanderen van het geestesleven als geheel. De Haan en Willem Zeylmans voelden zich geïnspireerd, maar de oproep vond onvoldoende weerklank. Dieptepunt van deze tournee was de hetze van parapsycholoog de Jong in Amsterdam, waar een belasterend vlugschrift over Steiner werd verspreid. Door zijn actieve en optimistische aard was Pieter de Haan in staat mensen te stimuleren om initiatieven financieel te ondersteunen. Hierin betekende hij veel voor onder andere de Vrije Scholen in den Haag en Zeist. Zijn verschijning was er een als een man van de wereld. Hij had geen grote gestalte, maar een rechte gang, die harmonieerde met zijn hoge voorhoofd. Hij was altijd goed gemutst, wat ook te zien was in zijn vaak stralende, lichtgrijs-blauwe ogen. Zijn energie kwam tot uitdrukking in zijn geprononceerde kin. Hij kon heel serieus zijn, maar melancholisch was hij niet. Zijn opgewekte karakter kon in de menselijke omgang soms ook als uitdagend worden ervaren: hij liet anderen niet altijd vrij.
|
Hij was een goed spreker, vooral bij korte toespraken en voordrachten voor ledengroepen, maar was geen voordrachtkunstenaar of volksredenaar. Een auteur was hij ook niet, ondanks zijn diepe verbondenheid met het boekwezen. Toch had hij een heldere en levendige stijl. Het jaar 1923 was voor de antroposofische beweging van doorslaggevende betekenis, maar ook persoonlijk voor Pieter de Haan. In de nieuwjaarsnacht van 1923 was hij getuige van de brand van het eerste Goetheanum. Kijkend naar de vlammen beloofden Ita Wegman en hij elkaar, voortaan bij iedere jaarwisseling in Dornach aanwezig te zijn. Deze afspraak werd zonder onderbreking tot aan de Tweede wereldoorlog nagekomen. De Haan nam actief deel aan de voorbereiding van de Kerstconferentie in 1923 en aan de zgn. Delegiertentagung voor afgevaardigden in juli 1923 in Dornach. In november 1923, in zekere zin als laatste fase voorafgaand aan de Kerstconferentie vond in den Haag, in aanwezigheid van Steiner de oprichting plaats van de Nederlandse afdeling van de AAG. Pieter de Haan, die in deze dagen zijn 32e verjaardag vierde, speelde daarbij een centrale rol. Het Nederlandse voorbereidingscomité stuurde hem als woordvoerder naar Steiner, allereerst met een statutenontwerp waar Steiner echter niet goed mee overweg kon en ten tweede met de mededeling dat men hem, Pieter de Haan, voorstelde als voorzitter. Steiner verliet daarop zwijgend de kamer en de volgende dag moest Zeylmans hem in opdracht van Steiner mededelen dat deze hem, Zeylmans, als voorzitter resp. algemeen secretaris wilde. De Haan was eerder opgelucht dan teleurgesteld en trad meteen terug ten gunste van Zeylmans. De reeds bestaande vriendschap groeide uit tot een innige kameraadschap voor het leven. Ruim een maand later deed Pieter de Haan vol enthousiasme mee aan de Kerstconferentie. Van 1924 tot 1927 gaf de Haan het Nederlandse Bijblad van "Das Goetheanum" uit. In 1928 vertegenwoordigde hij Nederland bij de voorbereiding van de door D. N. Dunlop bijeengeroepen World Conference of Spiritual Science in Londen. Dit initiatief was bij voorbaat al omstreden. Hoofdpunt van de kritiek op dit initiatief was, dat door deze conferentie de benodigde gelden en menskracht zou worden onttrokken aan de feestelijke openingsplechtigheid van het tweede Goetheanum. Veel van de controversen gingen om het probleem van centraal of decentraal leiding geven aan de Algemene Antroposofische Vereniging. Toen de Algemene Ledenvergadering in 1935 besloot zes prominente personen en de ledengroepen die hen steunden van de Algemene Antroposofische Vereniging uit te sluiten, betekende dit het dieptepunt en tevens het einde van deze discussie. Onder deze zes waren Zeylmans en de Haan. Het besluit werd in 1948 officieel ingetrokken. De werkzaamheden van de Haan als uitgever werden intussen met volle kracht voortgezet. Vanaf 1930 werkten er vier mensen mee: nog steeds de vader, als oprichter, een oom, Pieter zelf en Joop van der Woude. Pieter koos in de jaren twintig de letterkunde als nieuwe hoofdrichting. De Haan en van der Woude drongen in de jaren dertig door in het gebied van de groot opgezette populairwetenschappelijke werken, waarmee de uitgeverij veel succes had. 1935 was een jaar van grote veranderingen. De oude Wijnand de Haan ging met pensioen, de uitgeverij werd omgevormd tot een vennootschap en verhuisde van Utrecht naar Zeist. Pieter de Haan en Joop van der Woude traden op als directeur. In mei 1940, bij het begin van de Duitse bezetting, had Willem Zeylmans de Nederlandse Antroposofische Vereniging meteen ontbonden. De werkzaamheden werd in onopvallende, kleine privégroepen voortgezet. Aan het eind van 1945 werd een nieuw begin gemaakt. De Haan werkte enthousiast mee in de "Kern" van de opnieuw opgerichte en volledig onafhankelijke Antroposofische Vereniging in Nederland. Zeylmans werd opnieuw voorzitter. Met dezelfde grote energie nam de Haan deel aan de vorming van de jaarlijkse, na de jaarwisseling bij elkaar komende "Arlesheimer Kreis". Vanaf 1948 kwam vanuit het Goetheanum, d.w.z. van Albert Steffen en Guenther Wachsmuth, herhaald de uitnodiging aan de Nederlandse Antroposofische Vereniging zich weer aan te sluiten bij de Algemene Antroposofisch Vereniging. Zeylmans, maar ook de Haan wezen het aanbod af met het oog op het nieuwe conflict binnen de Algemene Antroposofische Vereniging over de nalatenschap van Rudolf Steiner. Zij wilden niet dat de Nederlandse Vereniging aan deze problematiek werd blootgesteld en gaven de voorkeur aan de naar alle kanten toe onderhouden vriendschappelijke neutraliteit. De Haan was onvermoeibaar actief binnen de afdeling Zeist. Er ontstond een levendige samenwerking en vriendschap met >Bernard Lievegoed. De leiding over de afdeling werd na verloop van tijd overgedragen aan een groep leden. De Haan besprak op verzoek van Zeylmans in Zeist de inhoud van het Eerste Klasse-uur van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap. Aan het eind van de jaren vijftig was hij betrokken bij de zogenoemde "Scheveninger Kreis", waarin vertegenwoordigers bijeenkwamen van de stromingen die zich aan de ene kant verbonden voelden met Ita Wegman en aan de andere kant met Marie Steiner. Uit deze ontmoetingen ontstonden de internationale conferenties in Odense, Denemarken. Vanaf januari 1959 ondersteunde de Haan meteen met overtuiging het verassende initiatief van Zeylmans zich met de Nederlandse Antroposofische Vereniging weer bij de Algemene Antroposofische vereniging aan te sluiten. De Haan nam actief deel aan de vriendschappelijke besprekingen met het bestuur in het Goetheanum. Op 18 november 1961 stierf Willem Zeylmans onverwacht in Kaapstad. In de winter van 1961-1962 ondersteunde de Haan de wens van Zeylmans om Bernard Lievegoed tot zijn opvolger te kiezen. De Haan verstond de kunst om op belangrijke momenten en met tegenwoordigheid van geest ruimte te scheppen voor anderen. De uitgeverij bracht in de jaren vijftig en zestig nog een reeks populaire cultuurhistorische pockets uit, waaraan ook antroposofische auteurs meewerkten. Toen de Haan de leeftijd van 65 jaar passeerde, wilde hij zich langzamerhand uit de uitgeverijwerkzaamheden terugtrekken. In de daarop volgende jaren verloor de gerenommeerde uitgeverij door fusies en reorganisaties haar zelfstandigheid. Er opende zich onverwacht een nieuw hoofdstuk in het actieve leven van de Haan, toen hem op 72-jarige leeftijd door het bestuur aan het Goetheanum werd gevraagd met zijn beroepservaring het Philosophisch-Anthroposophischen Verlag (tegenwoordig Verlag am Goetheanum) nieuw leven in te blazen. Het was geen gemakkelijke taak: de "boekenkwestie" die door het conflict over de nalatenschap was ontstaan en die het Philosophisch-Anthroposophische Verlag in vergaande mate had stilgelegd, naderde, eerst aarzelend, de laatste fase. In deze situatie voelde De Haan zich niet krachtig genoeg meer om tegen deze situatie te zijn opgewassen. Na twee jaar ging hij definitief met pensioen. De laatste jaren van zijn leven waren moeizaam. Ouderdom en eenzaamheid - hij was sedert 1963 weduwnaar - en de noodzaak alle activiteit naar binnen te verplaatsen, vielen hem zwaar. In januari 1968 kreeg hij een beroerte waarvan hij ten dele herstelde. In de laatste weken van zijn leven was hij vervuld van een stralende dankbaarheid. Hij stierf vrijwel exact zeven jaar na Zeylmans.
Hans Peter van Manen
|
Publicaties: Émile Gevers, in: Émile Gevers. In memoriam, z.j. [1964]; artikelen in DIS, MAVN, VOp.
Literatuur: autobiografisch: Rudolf Steiner en de Anthroposofische Vereniging, in: MAVN 1957, Nr. 3; Vorstand am Goetheanum, Zum 75. Geburtstag von Pieter de Haan!, in: N 1966, Nr. 29; Lagewaardt, M. en C. B.: In memoriam Pieter de Haan, in: MAVN 1968, Nr. 12; Hahn, H.: Im Gedenken an Pieter de Haan, Schuddebeurs, A.: Herinneringen aan Pieter de Haan, in: MAVN 1969, Nr. 1; Wilmar, F.: Grepen uit het leven van Pieter de Haan, in: MAVN 1969, Nr. 2; Möhle, A.: Pieter de Haan, in: N 1969, Nr. 7; autobiografisch: Erinnerungen an Rudolf Steiner, in: MaD 1982, Nr. 141; Schöffler 1987; Deimann 1987; Lindenberg, Chronik 1988; Schöffler, H. H.: Guenther Wachsmuth, Dornach 1995; Fucke, E.: Siebzehn Begegnungen, Stuttgart 1996; Lüscher, A. u. a.: Rudolf Steiner und die Gründung der Weleda, in: BGA 1997, Nr. 118/119.
Afkortingen: zie de lijst op www.kulturimpuls.org
© Tekst en afbeeldingen: Forschungsstelle Kulturimpuls, Dornach en Antroposofische Vereniging in Nederland
|
|
|
|