| Max Gümbel-Seiling |
Spraakvormer, toneelspeler, regisseur
* 6 juni 1879 Speyer/Rhein (DE) † 26 oktober 1964 Bazel (CH)
Max Gümbel-Seiling, aan wie in de eerste uitvoeringen van de mysteriedrama's een hoofdrol werd toevertrouwd, was op het gebied van de spraakvorming en de toneelkunst de vroege en bijzondere leerling van Rudolf en >Marie Steiner. Op dit gebied kan hij worden beschouwd als één van de meest onafhankelijke kunstenaars met de grootste publieke successen. 1879 was in geestelijk opzicht een belangrijk jaar. Het was ook het jaar waarin Max geboren werd. Hij had twee zusjes en beleefde een onbezorgde jeugd. Zijn vader was houtvester en leidde een houtvesterschool in het kasteel van Trippstadt bij Kaiserslautern. Reeds op 17-jarige leeftijd - hij bezocht toen het humanistisch gymnasium in Speyer - dramatiseerde Max Gümbel-Seiling het Parcivalverhaal van Wolfram von Eschenbach voor een uitvoering met zijn klasgenoten. De rol van Sigune werd gespeeld door zijn jongere neef Theodor Heuß, de latere Duitse Bondspresident. Hij had eigenlijk al meteen acteur willen worden. Op verzoek van zijn vader studeerde hij echter architectuur aan de TH in München. Na het met onderscheiding behaalde diploma, vervolgde hij in dezelfde stad zijn studie met een toneelopleiding. Aangezien hij over alle talenten beschikte die een acteur nodig heeft, volgde het succes al snel. Reeds na één jaar opleiding kreeg hij in 1905 een aanstelling als toneelspeler aan het hof in Meiningen. Na een eerste leertijd in Bonn en Bazel keerde hij in 1908 terug naar München. Hier kreeg hij een aanstelling als docent aan de toneelschool van het 'Hof- en Nationaltheater' in München. Voor de scholing van de spraak gebruikte hij de spreekoefeningen van Julius Hey ("Der kleine Hey"). Daarnaast ontplooide hij zijn vaardigheden als regisseur met de oprichting van de "Künstlerische Volksbühne München". Bovendien bewerkte hij talrijke sprookjes voor het toneel. In de omgeving van deze, toenmalige hoofdstad van de kunst bouwde hij als architect zijn eigen huis in Söcking ten noorden van het Starnberger meer. Gümbel Seiling ontmoette de theosofisch-antroposofische beweging voor het eerst in 1905, toen hij in München een voordracht van Rudolf Steiner over Goethe bijwoonde. Vervolgens stond zijn levendoel hem steeds helderder voor ogen: hij wilde de antroposofie vruchtbaar maken voor het kunstzinnige toneelwerk en de talrijke bewerkte sprookjes.
|
Er ontstonden intensieve contacten: in 1908 werd hij lid van de Theosophische Gesellschaft, in 1912 stapte hij over naar de AAG (juni 1933: Antroposofische Vereniging in Nederland; februari 1962: afdeling van het Goetheanum). In 1909 werd hij een persoonlijke leerling van Rudolf Steiner. Hij nam deel aan de grondsteenlegging van de modelbouw in Malsch (5/6-04-1909), reciteerde bij voordrachten van Rudolf Steiner, bijvoorbeeld op 10/11 april 1909 in Keulen, werkte in 1909 mee aan Edouard Schurés Drama "Die Kinder des Luzifer" en speelde van 1910 tot 1913 de rol van Dr. Strader en sprak hij de geestesstemmen in de mysteriedrama's. Deze periode van de festivals in München, de "dierbare jaren", beschouwde hij later als het hoogtepunt van zijn leven. Het was een periode die hem, gestimuleerd door Rudolf Steiner, onuitputtelijke impulsen had meegegeven. Hier vond hij het ideaal dat hij altijd al had "vermoed en gezocht" (1946). Er was sprake van wederzijdse waardering. Rudolf Steiner sprak over hem als een persoonlijkheid met een "zeer bijzondere begaafdheid voor de stem" 1910, GA 122, 1984 (6e druk) pag. 25) die de andere spelers - de meesten waren leken - inwijdde in de toneelkunst en de spraakvorming. In 1916 speelde Gümbel-Seiling tijdens de Faustvoordrachten de rol van Faust op het tijdelijke toneel van de "Schreinerei" van het eerste Goetheanum. Ook werkte hij, zoals veel anderen in die tijd, mee aan het houtsnijwerk van het eerste Goetheanum. In deze periode stimuleerde Rudolf Steiner hem, de "Duitse volksspelen uit de Middeleeuwen" te bewerken (het bekendste is de "Dodendans" "Totentanz" uit 1917), waarvan hij de uitvoering aan zijn leerling Gottfried Haaß-Berkow had toevertrouwd. In 1920 werd hij intendant van het kunstzinnig Volkstoneel in Rheinpfalz (in 1920 gevestigd in Speyer, in 1921 in Kaiserslautern). In 1923 verbond hij zich aan het stadstheater van Saarbrücken. Toen hij de leiding kreeg over een amateurgezelschap kon hij nog vrijer werken. In deze periode nam hij deel aan de oprichting van een afdeling van de Vereniging in Saarbrücken, nam in oktober 1923 de taken van een vertrouwenspersoon van de Antroposofische vereniging in Duitsland op zich en intensiveerde zijn contacten met Dornach. Rudolf Steiner stimuleerde hem persoonlijk deel te nemen aan de dramatische cursus (GA 282) in 1924 in Dornach. Door het concrete verzoek van Marie Steiner om samen met haar in Dornach nieuw toneelwerk op te bouwen, bleef hij daar met zijn derde vrouw, Elya Maria Nevar tot 1927 wonen. Het leek wel of de kiemen die in München waren gelegd, verder ontwikkeld konden worden. Toen de samenwerking met Marie Steiner steeds moeilijker werd, nam zij de leiding over het Goetheanumtoneel alleen op zich. Gümbel-Seiling trok zich terug en ging na een tijdelijke activiteit in Hamburg naar Wenen als vertegenwoordiger van de Dornacher sectie voor woord, muziek en euritmie.
|
Een uitnodiging uit den Haag, om in 1930 het "Heilige Drama van Eleusis" van Schuré op te voeren, zorgde wederom voor een heroriëntatie. Hier had Gümbel-Seiling eindelijk de mogelijkheid datgene te doen waartoe hij door Rudolf Steiner was gestimuleerd, n.l. zelfstandig een antroposofisch georiënteerde toneelgroep ("Elpore") op te bouwen. Tot het einde van de jaren veertig werden daar talrijke drama's en eigen bewerkingen uitgevoerd van volksspelen en sprookjes. Gümbel-Seiling liet de leiding over deze toneelgroep al snel over aan Ina Krediet en Carel Eckardt, die de groep mede geïnitieerd hadden. De spelers konden vaak niet aan de professionele eisen voldoen die hij als regisseur stelde en ook was hij het niet altijd eens met het niveau van het repertoire. In de laatste twintig jaar van zijn leven wijdde Gümbel-Seiling zich vooral aan het schrijven (bijvoorbeeld over spraakvorming en toneel) en hield hij voordrachten. Na cursussen die hij gaf aan het Goetheanum, woonde hij vanaf 1962 weer in Dornach (CH). Toen hij op 85-jarige leeftijd stierf, kon deze "rondtrekkende zanger" (Treichler 1966, pag. 8) terugzien op een rijk scheppend en kunstzinnig leven. Hij heeft de impulsen van Rudolf Steiner op het gebied van de kunst en de spraakvorming met openheid, ijver en energie opgepakt en de instandhouding en de verdere ontwikkeling - dankzij zijn buitengewone talenten met overtuigend succes - laten uitgroeien tot de inhoud van zijn leven. Het kwam er daarbij steeds op aan moeilijkheden te overwinnen. Het gevolg was een rusteloos leven zonder thuis. De vele aanbiedingen boden hem echter de mogelijkheid in dienst van een nieuwe toneelkunst op vele plaatsen een pionierfunctie te vervullen.
Michael Toepell
|
Publicaties: Totentanz, Leipzig 1917, 21922; Mit Rudolf Steiner in München, Den Haag 1946; Die Formkraft der Konsonanten, Den Haag z.j.; Die Schönheit der Vokale, Den Haag z.j.; Grundübungen für Schauspielkunst von Elpore, Den Haag 1938; Sprachkunst im Sinne der Sprachgestaltung Rudolf Steiners, Den Haag 1950, 21958; Bijdragen in verzamelwerken; Toneelbewerkingen van vele sprookjes und volksspelen; artikelen in N, OeB, BfA, MAVN.
Literatuur: Eckhart, C. G.: Elpore, in: MAVN 1957, Nr.3; Häusler, F.: Max Gümbel-Seiling, in: N 1964, Nr. 47; Lauer, H. E.: Max Gümbel-Seiling, in: BfA 1964, Nr. 12; Hager, E. S., Max Seiling (bekannt als Gümbel-Seiling), in: MaD 1965, Nr. 72; Gümbel, T., Treichler, R., Nevar, E. M., Krediet, I., Eckhart, C.: In memoriam Max Gümbel-Seiling, Den Haag 1966; Autobiografisch: Eine Weihnachtsfeier mit Rudolf Steiner, Münchener Uraufführungen der Mysteriendramen, in: Beltle, E., Vierl, K. [Hrsg.]: Erinnerungen an Rudolf Steiner, Stuttgart 1979; Groddeck 1980; Lindenberg, Chronik 1988.
Afkortingen: zie de lijst op www.kulturimpuls.org
© Tekst en afbeeldingen: Forschungsstelle Kulturimpuls, Dornach en Antroposofische Vereniging in Nederland
|
|
|
|