| Madeleine Petronella van Deventer |
arts, leider van de Medizinische Sektion am Goetheanum
* 23 juni 1899 Buurmalsen † 23 januari 1983 Arlesheim (CH)
Madeleine van Deventer behoorde tot de mensen die het nauwst samenwerkten met >Ita Wegman en nam na haar dood in 1943 de leiding van de kliniek in Arlesheim op zich. Madeleine van Deventer werd op 23 juni 1899 geboren in Buurmalsen. Voor beide ouders was de antroposofie een levensbepalende factor. Madeleine las al op haar twaalfde werken van Rudolf Steiner. Toen zij 15 jaar oud was reisde zij naar Dornach om daar deel te nemen aan de zogeheten 'Samaritanencursus' (zie BGA, nr. 108). Dit was een soort eerstehulpcursus die Rudolf Steiner van 13 tot 16 augustus 1914 gaf voor de medewerkers aan het Goetheanum naar aanleiding van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het is tekenend voor het leven van Madeleine van Deventer dat zij Rudolf Steiner al meteen ontmoette op medisch terrein. Enkele jaren later nam ze als studente medicijnen deel aan de eerste cursus van Steiner voor artsen, die werd gehouden in 1920 (GA 312). De medische voordrachten richtten zich in het bijzonder tot praktiserende artsen, waaronder homeopaten en artsen die zich bezighielden met andere alternatieve geneeswijzen. De jonge deelnemers, die net als Madeleine van Deventer vaak nog midden in hun studie medicijnen zaten, zochten echter behalve nieuwe diagnostische en therapeutische uitgangspunten ook naar een andere inhoud. "Ze zoeken een vermenselijking van de geneeskunde", zei Steiner over de doelstellingen van de jonge artsen. De jongeren hielden zich vooral bezig met de morele aspecten van de geneeskunde en de geestelijke ontwikkeling van artsen. Madeleine van Deventer en haar medestudenten kregen de opdracht, 50 à 60 mensen te vinden die met vergelijkbare vragen worstelden. Op die manier kwam het na de Kerstdagen van 1923/24 en Pasen 1924 tot twee cursussen voor jonge studenten medicijnen (GA 316). Madeleine van Deventer studeerde in Utrecht af in de medicijnen en werkte na het behalen van haar bul gedurende enige tijd als assistente bij Eugen Kolisko, de schoolarts van de Rudolf Steinerschool in Stuttgart. Toen zij het klinisch-therapeutische instituut van Ita Wegman in Arlesheim bezocht, kreeg ze meteen het verzoek een collega te vervangen. Toen werd haar duidelijk, dat haar plaats daar zou moeten zijn. Korte tijd later verhuisde zij naar Arlesheim. Zij werkte intensief samen met Ita Wegman. Madeleine van Deventer maakte Ita Wegman mee als een mens met een ongebruikelijke moed en wil, als iemand die de ziekten van haar patiënten met open vizier tegemoet trad en zich inzette voor de genezing. Deze moed en wil tot genezen had Rudolf Steiner de artsen steeds weer voorgehouden als belangrijkste innerlijke instelling. Madeleine van Deventer leerde van Wegmans samenwerking met Rudolf Steiner en kon daardoor in later jaren een nieuwe generatie antroposofische geneeskundigen een levendig verslag doen van deze ervaringen. Zo werd Ita Wegman niet alleen voor Madeleine van Deventer een voorbeeld, maar ook voor veel anderen. Het klinisch-therapeutische instituut was het middelpunt van een bloeiend internationaal leven, waarin de antroposofische geneeskunde op veel nieuwe gebieden tot uitdrukking kwam, bijvoorbeeld in de kunstzinnige therapieën, onderzoek op het gebied van voeding, behandelingen tegen kanker, onderzoek naar geneesmiddelen, uitgebreid wetenschappelijk onderzoek, heileuritmie en nog vele andere gebieden.
|
Aan het eind van haar leven droeg Ita Wegman de leiding van de kliniek over aan Madeleine van Deventer, die goed was toegerust om deze taak op zich te nemen. Naast haar medische competentie onderscheidde ze zich door haar autonome instelling, haar besluitvaardigheid en haar capaciteit te allen tijde het overzicht te bewaren. Met haar daadkrachtige houding, haar lage stem en de rust die zij alleen al door haar aanwezigheid uitstraalde, was zij een rots in de branding in moeilijke situaties en beschikte zij over een vanzelfsprekende autoriteit. Haar deelname aan een conferentie of werkgroep was al haast bij voorbaat een garantie dat er op een inhoudelijk hoog niveau zou worden gewerkt. Ze was meestal het levende geweten van de betreffende kring van personen. In het jaar 1955 werd Madeleine van Deventer samen met Margarethe Kirchner-Bockholt benoemd in het 'College van de medische sectie' aan het Goetheanum. Sinds Wegman was teruggeroepen uit het bestuur van de Algemene Antroposofische Vereniging en sinds zij in 1935 ook niet meer de leiding had over de medische sectie waren het Goetheanum en het centrum van antroposofisch-geneeskundige activiteiten dat de kliniek in Arlesheim zonder twijfel destijds was, steeds meer van elkaar vervreemd geraakt. Madeleine van Deventer hoopte met deze stap de kliniek en Ita Wegmans therapeutische geest, die in het instituut voortleefde, een plaats te kunnen geven in de nieuw op te zetten medische sectie. Nu zij de leiding van de sectie op zich had genomen, maakte zij toenemend reizen naar het buitenland. Haar levendige interesse in de geschiedenis en cultuur van andere landen en continenten ging gepaard met de sterke toename van taken voor de verdere ontplooiing van de op antroposofische grondslag verruimde geneeskunde. In de laatste jaren van haar leven legde Madeleine van Deventer haar ervaringen vast in het geschrift 'Die anthroposophisch-medizinische Bewegung in den verschiedenen Etappen ihrer Entwicklung'. Uit deze publicatie blijkt dat haar persoonlijke biografie nauwelijks los te zien is van de geschiedenis van de antroposofisch-geneeskundige beweging. Naast haar medische activiteiten betekende het voortbestaan van de Antroposofische Vereniging voor Madeleine van Deventer een blijvend innerlijk streven. Zij was een ondernemend lid van de kring die sinds 1948 het 'blijvend werken aan de resultaten van de kerstconferentie' belichaamde, de zogeheten Arlesheimer kring. Deze actieve medewerking aan het algemene antroposofische leven resulteerde vooral in de laatste periode in een aantal bijdragen die getuigen van een levendig meditatief bestaan. Als voorbeeld kan hier de voordracht met de titel 'Das Wesen Anthroposophie' worden genoemd, omdat die kenmerkend is voor het leven van Madeleine van Deventer. Ze beschreef hierin het ontstaan van het wezen van de antroposofie, het moment waarin dit wezen zich openbaarde en Rudolf Steiners verhouding ten opzichte van dit wezen. Het leven van Madeleine van Deventer werd niet bepaald door een wetenschappelijke benadering in conventionele zin, noch door een benadering met een publicistische aanpak. Haar levensinstelling uitte zich eerder in een zoektocht naar het wezenlijke en in concrete hulp aan de zieken. Ze stierf op 83-jarige leeftijd in Arlesheim, op 23 januari 1983.
Joop van Dam
|
Publicaties: Die letzten Erdentage, in: Erinnerungen an Ita Wegman, Arlesheim 1945; Die Hände, in: IWF 1970; Die Rhythmen im Werdegang der Klinik, in: 50 Jahre Klinisch-Therapeutisches Institut, Arlesheim 1971; Wie kam das medizinische Buch zustande?, in: Ita Wegmans Lebenswirken aus heutiger Sicht, Arlesheim 1976; De „Grondsteen“ van het leven van Willem Zeylmans van Emmichoven, in: MAVN 1979, Nr. 11; Michaels Wirken einst und jetzt, in: IWF 1980; Die anthroposophisch-medizinische Bewegung in den verschiedenen Etappen ihrer Entwicklung, Arlesheim 1982, ²1992; Dr. med. Margarethe Kirchner-Bockholt, in: Aus der Entwicklung der Heileurythmie, Stuttgart 1983; Artikelen in BeH, N, MAVN en in de 'Beiblättern' van Na, ANS, G, MaD.
Literatuur: Hagemann, E.: Bibliographie der Arbeiten der Schüler Dr. Steiners, o. O. 1970; Fiechter, S.: Madeleine van Deventer, in: N 1983, Nr. 6; Fiechter-Bischof, M., Wolff-Hoffmann, G.: Madeleine van Deventer, in: BeH 1983, Nr. 3, auch in Selg, P. [Hrsg.]: Anthroposophische Ärzte, Dornach 2000; Francken, N.J.: Madeleine P. van Deventer, in: MAVN 1983, nr.4; Baker, D. u. a.: Madeleine van Deventer, in: IWF 1983; Schöffler 1987; Lindenberg, Chronik 1988; Fucke, E.: Siebzehn Begegnungen, Stuttgart 1996; Dam, J. van: Madeleine van Deventer, in: Mst 2002, Nr. 3.
Afkortingen: zie de lijst op www.kulturimpuls.org
© Tekst en afbeeldingen: Forschungsstelle Kulturimpuls, Dornach en Antroposofische Vereniging in Nederland
|
|
|
|