| Daniël Johan van Bemmelen |
vrijeschoolleraar, schilder
* 13 november 1899 Batavia † 20 december 1982 Den Haag
Daan van Bemmelen was de medeoprichter van de Vrijeschool in Den Haag. Het was de eerste 'Waldorfschool' buiten Duitsland. In zijn 40-jarige leraarschap gaf hij mede vorm aan de ontwikkeling van de vrijescholen in Nederland. De vrucht van zijn ervaringen bracht hij uiteindelijk in 1969/1970 naar India. Zijn vader was de leider van het Meteorologisch Instituut in Batavia. De eerste jaren van zijn leven waren voor hem - ingebed in de overvloedige zonvervulde natuur van Java met de sprookjesachtige wajangspelen over Krishna en Arjuna als voeding voor de ziel - een gelukkige tijd. Als een val uit het paradijs was voor het negenjarige kind de verhuizing naar Nederland. Koud was het klimaat, koud het intellectuele onderwijs en koud de latere gastfamilie waar hij ondergebracht werd.
|
Vroeg toonde zich zijn tekentalent. Met 17 jaar verlaat hij de school en studeert in Amsterdam aan de Kunstnijverheidsschool en Academie voor schilderkunst. Samen met zijn moeder, die uit Java is teruggekeerd en door een goeroe op Rudolf Steiner is gewezen, verdiept hij zich in de boeken van Rudolf Steiner. Samen horen zij op 28 februari 1921 voordrachten over onderwijsvraagstukken van Rudolf Steiner en aansluitend Emil Molt. In de zomer van 1921 bezoekt van Bemmelen Dornach en wordt lid van de Antroposofische Vereniging, opdat hij kan meewerken aan het in opbouw zijnde eerste Goetheanum. Zijn gehele leven blijft hij zich als schrijver en schilder met deze door hem beleefde nieuwe mysterietempel bezighouden. De brandnacht, oudjaarsnacht 1922/1923 maakte hij mee en veel later, in de jaren zeventig, maakte hij veel voordrachtsreizen waarbij hij op groot formaat geschilderde afbeeldingen van de binnenruimte en de koepelschilderingen toonde. Belangrijke ontmoetingen had hij op de reis eind augustus 1921 naar de Hogeschoolcursus in Stuttgart (GA 78) met Willem Zeylmans, René Maikowski en Walter Johannes Stein. In april 1922 vindt er in Den Haag een Hogeschoolcursus plaats met als titel: 'Damit der Mensch ganz Mensch werde - Die Bedeutung der Anthroposophie in das Geistesleben der Gegenwart.' (GA 82). Hier houden ook verschillende vrijeschoolleraren uit Stuttgart voordrachten. Op aandringen van Emmy Smit, zijn latere vrouw, komt het op een avond tot een gesprek over de mogelijke oprichting van een vrijeschool in Nederland. Het initiatief was daarmee geboren: Emmy Smit en Daan van Bemmelen beginnen aan een opleiding om over een lesbevoegdheid te kunnen beschikken. Van diepe betekenis in hun beider lot was de cursus voor de jeugd ('Jugendkurs') in oktober 1922 in Stuttgart (GA 217). Vriendschappen voor het leven ontstonden met onder andere Wilhelm Rath, Ernst Lehrs, Maria Röschl, Herbert Hahn en René Maikowski. De eerste vrijeschool in Nederland wordt op 9 september 1923 in een privé woonhuis met tien kinderen verdeeld over drie klassen geopend. De leraren zijn Emmy Smit, Elisabeth Mulder en Daan van Bemmelen. Rudolf Steiner bezoekt in november de intussen tot 23 leerlingen uitgegroeide school en geeft pedagogische en therapeutische aanwijzingen. De opbouwactiviteiten beginnen en er volgen tientallen jaren van rijke ontwikkeling. Op 13 november 1979 zullen 900 kinderen van de Vrije School Den Haag ter ere van zijn 80e verjaardag Daan van Bemmelen toezingen.
|
Van Bemmelen was met Kerstmis 1923/1924 aanwezig bij de stichting van de Algemene Antroposofische Vereniging in Dornach. Diep geraakt hoort hij, zittend naast zijn vriend Willem Zeylmans, de voordrachten over 'De wereldgeschiedenis in het licht van de antroposofie' (GA 233). In de jaren 1934-1938 woont de familie van Bemmelen, waar intussen een dochter Beatrijs en twee zonen Martin en Christof geboren zijn, in Zeist op het terrein van het heilpedagogische instituut 'Het Zonnehuis', opgericht door Bernard Lievegoed. De Zeister Vrijeschool wordt gesticht en samen met Bernard Lievegoed en Herbert Hahn wordt de kiem voor een Lerarenopleiding gelegd. Tijdens het verbod van de vrijescholen in de Tweede Wereldoorlog werkt Daan van Bemmelen als schilder en krijgt hij een opdracht om het sprookje van Goethe te illustreren. Na de Tweede Wereldoorlog werkt hij opnieuw als klassenleraar en vakleerkracht in Den Haag. De kleine kinderen hielden van hem en hingen als druiven aan hem terwijl hij door de gangen liep. Discipline was niet zijn kracht, maar veel oud-leerlingen kijken met dankbaarheid op zijn kunstzinnige impulsen en grote menselijkheid alsook op de van hem ontvangen culturele vorming terug. Steeds meer is hij nodig als raadgever bij de vele nieuwe stichtingen van vrijescholen in Nederland.
|
Na zijn pensionering wordt hij door majoor T. Ramachandra, die een
medewerker en vriend van Gandhi was, uitgenodigd om de pedagogische
ideeën van Rudolf Steiner in India te vertegenwoordigen. Op 6 januari
1969 landt hij in Bombay. Hij spreekt daar en later in Hyderabad ook
voor Parsigeleerden - zijn boek over Zarathoestra was net in het Engels
vertaald. Ramachandra had als generaalsecretaris van de Bharat Sevak
Samaj, een grote sociale institutie in India, contacten door het gehele
land. En zo volgde er een reis door het gehele land met veel
voordrachten, gesprekken en adviesbezoeken op scholen, opleidingen en
universiteiten. In mei vindt er een maand lang een lerarenopleiding in
Dehra Dun plaats, georganiseerd door Lekh Raj Ulfat. Een tweede reis
in de herfst van 1969 voert naar Madras, waar Van Bemmelen drie maanden
lang gastdocent aan de universiteit is en voordrachten over
antroposofie geeft. In 1970 volgt dan een derde reis, als een zaaier
trok Daan van Bemmelen door het land en hield overal voordrachten en
cursussen. Vaak werd hij begeleid door zijn 'broeder' Ramachandra. Zij
voelden zich diep verwant, waren bijna even oud en gingen later vlak na
elkaar over 'de drempel van de dood'. Binnen het kader van de
Antroposofische Vereniging in Nederland hield Van Bemmelen talloze
voordrachten. Door zijn diepgaande en kennisrijke verbinding met de
oude culturen en mysteriën en door zijn beelden en kunstzinnige manier
van spreken kon hij in veel mensen enthousiasme wekken. Tegen het
einde van de jaren zeventig leidde hij kunst-studiereizen naar Egypte
en tijdens zijn laatste levensjaren werkte hij aan een boek over
Egypte. Vervuld van dit nog niet voltooide werk stierf hij op 20
december 1982 in Den Haag.
Christine Hebert
|
Publicaties:
Literatuur:
Afkortingen: zie de lijst op www.kulturimpuls.org
© Tekst en afbeeldingen: Forschungsstelle Kulturimpuls, Dornach en Antroposofische Vereniging in Nederland
|
|