Femke Dijkstra (35) werkt als verpleegkundige en haptotherapeut in therapeutische gemeenschap De Witte Hull, in Zeist. De Witte Hull is onderdeel van de verslavingszorg die geboden wordt door Arta-Lievegoedgroep.
`Mensen met een verslaving starten meestal op ons Introductiecentrum in Hamingen, bij Meppel. Dit is in eerste instantie gericht op het lichamelijk herstel van de verslaving en het wennen aan het therapeutische programma. De Witte Hull biedt een vervolgprogramma, waarbij `leren door het verwerven van inzicht´ centraal staat. Daarnaast is er nog AanZet, in Austerlitz, wat gericht is op `leren door te ervaren´.
Voordat ik hier kwam was ik al geboeid door het fenomeen hoe lichaam en geest op elkaar inwerken. Ik werkte in de psychiatrie op een revalidatieafdeling waar mensen waren opgenomen die zowel psychische als lichamelijke problemen hadden. Maar voor mijn gevoel werd er te veel vanuit het ziektemodel naar de patiënten gekeken. Namelijk naar wat ziek is, in plaats van wat gezond is. Ik stapte over naar de verslavingszorg en ging werken in een zogenaamde `draaideurkliniek´. Daar waren mensen onderzoekende of ze een leven met of zonder drugs wilden. Hier kreeg ik de behoefte aan meer verdieping en therapeutisch werken en ging haptotherapie studeren.
Mijn overstap daarna naar Arta was een goede beslissing. Ik volgde antroposofische verpleegkundige scholing en sindsdien werk ik hier nu al vijf jaar met zeer veel plezier.
Op Arta worden mensen echt gezien. Niet alleen hun gedrag, maar juist ook de drijfveren van mensen. Wie is die persoon echt ' in wezen ' die hij zelf door gebruik of daarvoor al is kwijtgeraakt. De antroposofische visie zorgt voor aandacht, rust, concentratie en verbondenheid.
Mijn taak is heel veelzijdig. Ik ben het aanspreekpunt voor bewoners waar het hun lichaam aangaat, verzorg de medicatie, de contacten met huisarts, psychiater en andere medici, geef verschillende soorten therapieën als badtherapie en ritmische inwrijvingen, kompressen en wikkels. Als verpleegkundige heb ik eigelijk een voorrecht, omdat ik gedurende het hele traject, vanaf binnenkomst tot vertrek, het hele therapeutische proces van diegene volg.
Het mooie is dat wat ik hier kan aanbieden, vaak veel betekent voor de bewoner. Hier zie ik hoe lichaam en geest op elkaar inwerken. Onze bewoners zijn meestal niet gewend op een respectvolle manier met zichzelf om te gaan. Hier leren ze respectvol met zichzelf en hun lijf om te gaan. Constructief in plaats van destructief. Het lichaam zie ik als de basis van waaruit je je kunt ontwikkelen. Eigenlijk ben ik een soort bemiddelaar naar het lijf toe van de bewoners. Mijn drive is proberen de mensen weer contact te laten maken met het gevoel dat ze waardevol zijn en dat doe ik door dat ook werkelijk te vinden.´
Motief 89, oktober 2005
|