Ver weg van het drukke leven, in de bossen van Bilthoven, staat de Bernard Lievegoed Kliniek. Hier lijkt de rust alleen te worden verstoord door het klaaglijke geroep van de pauw op de binnenplaats.
Silvie van Breda (33) werkt vierentwintig uur per week als kunstzinnig therapeute in de antroposofisch-psychiatrische instelling.
"Heel bewust was mijn keuze om in een antroposofische instelling te werken niet. Toen ik in 1998 van De Wervel afkwam (opleiding voor kunstzinnige therapie, red.), was er geen baan te vinden in het antroposofische circuit. Ik vond werk in een Detox en later in de psychiatrie. De instelling waar ik voor werkte gaf mij de vrije hand, dus ik gaf kunstzinnige therapie. Daar leerde ik begrippen als 'etherlichaam' in andere bewoordingen begrijpelijk te maken voor mijn collega's.
Toch bleef ik op zoek naar gelijkgestemden en ik reageerde op een vacature van de Bernard Lievegoed Kliniek. Inmiddels werk ik hier nu twee jaar en geef individuele kunstzinnige therapie en werk met een lotgenotengroep voor langdurig getraumatiseerde mensen. Dit gaat allemaal op poliklinische basis en dat is uniek. We proberen de verantwoordelijkheid zo veel mogelijk bij de patiënten zelf te houden en deze dus niet van hun over te nemen. Langdurig getraumatiseerde mensen zijn mensen die heel veel lijden. Alles is hen ontnomen door de trauma´s die ze hebben doorgemaakt. Wat ik deze mensen leer is te leven in het nu. Contact maken met het nu. Deze mensen gaan een enorm lange weg, want na ongeveer drie jaar bij ons te zijn geweest, hebben ze pas de eerste fase gehad en dan begint pas het verwerken, als ze dat willen.
In de antroposofische geneeskunde kijk je naar het totaalbeeld van de mens die je begeleidt. Dat inspireert mij. Geen samenraapsel van losse factoren met een bundeltje chemische processen en omgevingsinvloeden, maar een wezen met een geestelijke oorsprong. Voor mijn vak is antroposofie het meest wezenlijke, van daaruit probeer ik te werken.
Patiënten krijgen bij ons medicijnen, maar daarnaast is er veel meer te doen. Vanuit de antroposofie probeer je de ziektefenomenen te begrijpen. Met deze fenomenen en een antroposofisch mensbeeld blijkt vaak dat er nog nieuwe deurtjes te openen zijn bij de patiënt. Hierdoor kun je weer nieuwe mogelijkheden ontdekken om iemand te helpen. Hoe meer concepten je hebt van wat er aan de hand is, hoe meer concepten je hebt om een patiënt te helpen.
De �deurtjes� zoals ik ze al noemde, geven een ingang om de ontwikkeling van de pati�nt weer op gang te helpen. Ik geef een voorbeeld: er was een pati�nt in mijn groep die een waarnemingsoefening deed met een lentetakje. Tijdens het waarnemen besefte diegene ineens dat alle bomen bloeiden, die had dat nooit begrepen! Dat kunnen wij moeilijk voorstellen, maar zo�n ervaring kan iemand een beetje moed en hoop geven om weer verder te gaan. Zo�n moment, waarbij iemand een klein beetje voelt dat er misschien nog wel m��r is, dat geeft mij mijn inspiratie.�
Motief 86, juni 2005
|