Vier volle werkdagen geeft Bart-Jeroen Kool (30) euritmieles aan bovenbouwleerlingen van de Stichtse Vrije School in Zeist. Daarnaast danst hij wekelijks bij Euritmietheater NU. Tussen zijn lessen door vertelt hij wat euritmie voor hem betekent.
‘Mijn keus om euritmist te worden, kwam nadat ik een uitvoering van het Nederlands Eurythmie Ensemble had gezien. Ik besefte: dat wil ik! Als ik dát kan, wouw, dan kan ik echt iets! Ik volgde de opleiding tot euritmiedocent in Den Haag en sinds vier jaar geef ik nu euritmielessen op de bovenbouw van de Stichtse Vrije School in Zeist. Twee jaar geleden heb ik samen met collega’s EuritmieTheater-NU opgericht. Het liefst zou ik me helemaal bezig willen houden met euritmie als kunstvorm, maar of het ooit mogelijk wordt om daar financieel van rond te komen, is nog de vraag.
In euritmie laat je nooit de werkelijkheid zien, maar altijd een schijnwerkelijkheid. Je kunt alleen een indruk laten zien, maar met euritmie kun je begrippen levend en voelbaar maken voor het publiek. Een toon bijvoorbeeld kun je niet laten zien. Je luistert naar de toon en vervolgens stuur je je lichaam zo dat die toon beleefbaar wordt. Het mensbeeld van de antroposofie is de basis van de euritmie. Je lichaam is je studieobject. Zie het als een muzikant en een muziekinstrument: je lichaam is het instrument, je bewustzijn is de bespeler van dit instrument. Het bewustzijn moet zo ingrijpen in het lichaam dat hetgeen je wilt laten zien, zichtbaar wordt.
Met EuritmieTheater-NU maken we theatervoorstellingen voor zowel leerlingen van het voortgezet onderwijs als voor volwassenen. Gericht op een professioneel eindproduct werken we samen met andere kunstdisciplines, zoals componisten, kleding- en lichtontwerpers, enzovoort. Hierdoor hopen wij dat de voorstellingen een rijk geheel worden, waarin de euritmie zijn eigen plaats heeft.
Het lesgeven is een activiteit die altijd in het nu staat, in de les ben je samen en dan moet je met elkaar aan de slag. De leerlingen zijn daarin de beste spiegel voor mij die er bestaat, ze zijn namelijk direct en ze voelen de situatie feilloos aan. De leerlingen moeten zich bezighouden met lesstof die zij doorgaans als vreemd ervaren en ze fluiten mij dan ook meteen terug als ik zelf niet bewust genoeg in de les sta. Daardoor is euritmie een erg boeiend vak.
Ik hoop nooit als antroposoof te gaan denken, dat is volgens mij een gevaar van het werken met antroposofie. Soms betrap ik mezelf erop dat ik niet meer als vrij mens denk, maar als antroposoof. Ik ga dan alles toetsen aan de normen van de antroposofie en ik geloof niet dat dat de bedoeling is. Volgens mij kan ik dat voorkomen door kritisch te blijven en open te staan voor waar anderen mee bezig zijn en het beste daaruit te pikken.’
Motief 85, mei 2005
|