|
Jaarthema Algemene Antroposofische Vereniging 2011/12
Uit Anthroposophie Weltweit (3/11) van 4 maart 2011
Antroposofie – het rozenkruiserdom van onze tijd
Met het jaarthema 2011/12 van de Algemene Antroposofische Vereniging willen we het licht laten schijnen op Christian Rosenkreutz als een van de grootste esoterische leraren van het Avondland. Sergej Prokofieff gaat de betekenis na van Christian Rosenkreutz met betrekking tot het werkzaam kunnen zijn van de etherische Christus en in zijn relatie tot Rudolf Steiner.
Nadat Rudolf Steiner in 1910 met de verkondiging van de wederkomst van Christus in het etherische was begonnen en dit feit vervolgens in zijn eerste mysteriedrama ‘de poort van de inwijding’ (WV-p2) dat de ondertitel draagt ‘een rozenkruismysterie’, ook in kunstzinnige vorm ten tonele had gevoerd, zette hij het thema in het daaropvolgende jaar voort met de onthulling van het geheim van Christian Rosenkreutz, de oprichter van het rozenkruiserdom en grote dienaar van de etherische Christus
Christian Rosenkreutz en de etherische wederkomst
In de beide voordrachten die Rudolf Steiner hield in de Michaeli-tijd van 1911 gerelateerd aan de feestelijke opening van de Christian Rosenkreutz-afdeling in Neuchâtel, beschreef hij voor de eerste keer de esoterische wortels van deze geestelijke stroming die liggen in de eenmalige inwijding van haar oprichter rond het jaar 1250. Tot op heden is deze beschrijving voor ieder mens die een nadere relatie tot Christian Rosenkreutz zoekt, van onontbeerlijke betekenis.
In dezelfde voordrachten spreekt Rudolf Steiner er ook over hoe het door deze inwijding ontstane grootse etherische lichaam van Christian Rosenkreutz nog versterkt door eeuwenlang innerlijk werk van alle ware rozenkruisers, vanaf onze tijd een beslissende rol speelt bij het toenemende vermogen van de mensen om de etherische Christus waar te nemen. De mensen die door dit etherische lichaam overstraalt worden, komen namelijk tot dit hogere schouwen. Want: ‘Het is aan het werk van de rozenkruisers te danken dat men deze etherische verschijning van Christus kan zien.’[1]
Tot de belangrijkste onderzoeksresultaten van de moderne rozenkruisers, die nog steeds in het verborgene met Christian Rosenkreutz samenwerken, behoort ook de ontdekking – die echter door Rudolf Steiner opnieuw gecontroleerd en onderzocht werd – van het stromen van het etherische Christusbloed, dat sinds het Mysterie van Golgotha in elk mens van het hart naar het hoofd stroomt en de basis is voor het waarnemen van de etherische Christus in de huidige tijd.[2] Dit feit verklaart de tegenwoordige oriëntering van het ware rozenkruiserdom op de etherische wederkomst als de centrale geestelijke gebeurtenis van onze tijd.
De rozenkruiserstichting
Ook spreekt Rudolf Steiner over het tegenwoordig door de wereld gaande esoterische roep van Christian Rosenkreutz, die zijn leerlingen in het ogenblik van een grootste biografische crisis als tot een nieuw leven opwekt en daarmee hun relatie tot hem bezegelt. Op deze basis is het dan mogelijk een directe, innerlijke leerling te worden van Christian Rosenkreutz. ‘Zo kiest hij zijn gemeente’, zegt Rudolf Steiner daarover.
In dit verband stond ook de poging van 1911 om een esoterische groep met de voorlopige naam ‘vereniging voor theosofische stijl en kunst’ op te richten. Als deze ‘stichting’ een succes was geworden, dan zou de groep voor haar verdere ontwikkeling later onder de directe esoterische leiding (‘protectoraat’) van Christian Rosenkreutz zelf geplaatst zijn.[3] Daarbij zou in deze groep als wezenlijk nieuwe het esoterische principe van het ‘interpreteren’ naar voren zijn gekomen.[4] Dit houdt rekening met de volledige menselijke vrijheid en de ontwikkeling van de zuiverste krachten van onbaatzuchtigheid die in de ware esoterie berusten ‘op het uitsluiten van alles wat persoonlijk is’.[5] Want daarin ligt de belangrijkste voorwaarde voor de geestelijke samenwerking met Christian Rosenkreutz. Hierover sprak Rudolf Steiner op het einde van de eerste voordracht in Neuchâtel: ‘Wie erin slaag een werktuig van Christian Rosenkreutz te worden, kan er zeker van zijn dat zijn geringste ziele-arbeid betekenis zal hebben voor de eeuwigheid.’
De verbinding van het geestelijke met het praktische handelen
In hetzelfde jaar bracht Rudolf Steiner zijn boodschap over de etherische Christus – door de publicatie van het boek Die geistige Führung des Menschen und der Menschheit – ook in volle openbaarheid. In dit boek verbindt hij deze gebeurtenis met de tegenwoordige werkzaamheid van de ‘nieuwe esoterie’ die zijn oorsprong heeft in de inwijding van Christian Rosenkreutz en nu in de vorm van antroposofie of geesteswetenschap de kracht bezit ‘nieuwe inspiraties’ uit de geestelijke wereld te ontvangen.[6] Deze kunnen niet alleen de inzichtkrachten van de mens doordringen en spiritualiseren, maar ook vat krijgen op de praktische levensgebieden en deze omvormen. Rudolf Steiner bericht daarover: ‘Rozenkruiserwijsheid moet niet alleen in het hoofd zitten, ook niet alleen in het hart, maar in de hand, in onze manuele vermogens, in dat wat de mens dagelijks doet.’[7]
Op deze weg zijn vanuit de antroposofie de vele antroposofische werkgebieden ontstaan waarin verschillende gebieden van het praktische leven vanuit de geest bevrucht moeten worden. Daarmee bewijst zij zich als de moderne vertegenwoordigster van het ware rozenkruiserdom, waaraan zij niet alleen historisch aanknoopt maar voortzet en verder leidt vanuit de pas nu voor de mensheid toegankelijk geworden nieuwe spirituele bronnen van de geestelijke wereld, die uit de sfeer van de huidige tijdgeest Michaël in de mensheid stromen. ‘Want rozenkruiserdom wil niet zeggen bepaalde waarheden door alle eeuwen heen te continueren maar het betekent een zintuig ontwikkelen voor dat wat iemand te allen tijd uit de geestelijke wereld aan de mens kan geven.’[8]
Een nieuwe relatie tot de geestelijke leraar
Zo kunnen wij antroposofie de moderne michaëlische vorm van het rozenkruiserdom noemen die over alle oude tradities heen voor onze tijd een nieuw, toekomstig perspectief voor deze occulte stroming opent. Daarom kon Rudolf Steiner in zijn voordracht ‘in welke zin zijn wij theosofen en in welke zin zijn wij rozenkruisers?’ met recht over de antroposofen zeggen: ‘Wij zijn rozenkruisers van de 20e eeuw!’[9]
Wat deze woorden in onze tijd betekenen, is onder andere zichtbaar in de hele nieuwe relatie tussen een geestelijk leraar en zijn leerlingen, de leraar is sindsdien vriend en raadgever van de zich verder ontwikkelende mens geworden. En dat betreft ook onze huidige betrekking tot Christian Rosenkreutz zelf: ‘Hoe minder geloof in autoriteit, des te meer begrip voor Christian Rosenkreutz.’[10]
Door de antroposofie krijgt het ware rozenkruiserdom een nieuwe kracht en een scheppend potentieel die het ver voorbij de 20e eeuw werkzaam en vruchtbaar laten zijn.
Christian Rosenkreutz en Rudolf Steiner
Tenslotte moet nog in verband met de 150e geboortedag van Rudolf Steiner in dit jaar op zijn nauwe geestelijke samenwerking met de grote esoterische leraar van het Avondland worden gewezen, die een wezenlijk bestanddeel van de esoterische biografie van Rudolf Steiner uitmaakt. Het kwam naar voren niet alleen in de directe mededelingen over Christian Rosenkreutz die Rudolf Steiner in zijn esoterische uren liet instromen,[11] maar vooral in de oprichting van ’de vereniging voor theosofische stijl en kunst’ die, zoals reeds genoemd, later onder het rechtstreekse protectoraat van Christian Rosenkreutz zou worden geplaatst.
Ook het feit dat het eerste en tweede mysteriedrama door hem aangeduid werden als ‘door Rudolf Steiner’ geschreven, spreekt van de directe samenwerking van deze beide individualiteiten.
Een jaar na de baanbrekende voordrachten in Neuchâtel sprak Rudolf Steiner in dezelfde afdeling over deze grote meester en zijn eigen relatie tot hem: ‘En wie nauwe banden mag onderhouden met Christian Rosenkreutz, ziet vol bewonderende eerbied hoe consequent Christian Rosenkreutz zelf de grote missie heeft volbracht, die hem voor onze tijd als christelijke rozenkruisermissie is opgedragen.’[12]
En bij de voltooiing van deze hoge missie stond in de 20e eeuw zijn geestelijke broeder en medestrijder – Rudolf Steiner – Christian Rosenkreutz ter zijde.
Vertaling: Hylcke Brandts Buys
[1] Rudolf Steiner: Het esoterische Christendom (WV-c3), voordracht van 28 september 1911.
[2] Id. voordracht van 1 oktober 1911.
[3] Rudolf Steiner: Zur Geschichte und aus den Inhalten der ersten Abteilung der Esoterischen Schule 1904 bis 1914 (gedeeltelijk in Ned. uitgegeven bij Vrij Geestesleven). Inleiding van 15 december 1911.
[6] Rudolf Steiner: Die geistige Führung des Menschen und der Menschheit (GA 15), hoofdstuk III.
[7] Rudolf Steiner: Die Theosophie des Rosenkreuzers (GA 99) (Antroposofie en de wijsheid van de rozenkruisers, uitg.1985, Vrij Geestesleven), voordracht van 22 mei 1907.
[8] Rudolf Steiner: Bilder okkulter Siegel und Säulen (GA 284) voordracht van 16 oktober 1911.
[10] Rudolf Steiner: Het esoterische christendom (WV-c3), voordracht van 28 september 1911.
[11] Zie Rudolf Steiner: Aus den Inhalten der esoterischen Stunden (GA 266/1), het uur van 1 juni 1907, notitie A.
[12] Rudolf Steiner: Het esoterische christendom (WV-c3), voordracht van 18 december 1912.
Bijeenkomsten in het Goetheanum :
De rozenkruiser-mysteriën zullen aan het Goetheanum worden gethematiseerd:
- bij de 150e geboortdag van Rudolf Steiner Rudolf Steiner in der Geistesgeschichte der Menschheit, van 25/27.2.1911.
- in de Paasconferentie ‘Gehoben ist der Stein …’ van 21 tot 24 april.
- bij de Kerstconferentie van 2011.
In verband hiermee staan ook de opvoeringen van alle vier mysteriedrama’s van Rudolf Steiner in het Goetheanum: 12-15 mei, 19-23 juli, en 3-7 augustus.
Voor studie aanbevolen literatuur:
Rudolf Steiner: Het esoterische christendom (WV-c3), voordrachten van 27/28 september 1911, 1 oktober 1911
Die geistige Führung des Menschen und der Menscheit (GA 15)
‘Een esoterisch-sociale toekomstimpuls. Poging tot ‘oprichting’ van een vereniging voor theosofische stijl en kunst, inleiding van 15 december 1911, in: Rudolf Steiner: Zur Geschichte und aus den Inhalten der ersten Abteilung der Esoterischen Schule 1904 bis 1914 (GA 264).
‘In welke zin zijn wij theosofen en in welke zin zijn wij rozenkruisers?’, voordracht van 16 oktober 1911, in: Rudolf Steiner: Bilder okkulter Siegel und Säulen (GA 284).
Andere auteurs:
Hella Krause-Zimmer: Christian Rosenkreutz. Sich kreuzende Lebenswege, Dornach 2009.
Sergej O. Prokofieff: De grondsteenmeditatie. Een sleutel tot de nieuwe christelijke mysteriën, vooral hoofdstuk 6 en 11. Perun Boeken/2008.
Virginia Sease: Das esoterische Rosenkreuzertum als kulturbildende Kraft, in Anthroposophie und Kunst: Der Münchener Kongress 1907 und die Gegenwart, München 2008.
Virginia Sease: Karmische Biographie Christian Rosenkreutz: Durchchristung des Menschen, in: ‘Das Goetheanum’ nr 46/2007, Dornach.
Peter Selg: Rudolf Steiner und Christian Rosenkreutz, Arlesheim 2010.
|